2026-2 Zoeken naar de achtergrond van een zeeschouw

In de periode 1895 -1920 ging het ronduit slecht in de visserij op de Zuiderzee. De vangsten vielen tegen, net als de opbrengsten. Veel vissers liepen langs de rand van de financiële afgrond en zochten naar een balans tussen onderhouden van het gezin en onderhoud aan hun schip.

Gelukkig bood de zeeschouw uitkomst, dat was een simpel en dus goedkoop te bouwen scheepje. Makkelijk in het gebruik ook. Het eerste exemplaar in de SSRP-vloot dateert van 1897 en werd gebouwd in hout, door rijtuigenmaker Wierda in Lemmer. Hij borduurde voort op de Friese binnenschouw, die op zijn beurt weer voortkwam uit de overal aanwezige roeischouw. Maar Wierda liet dit type een volgende ontwikkeling doormaken: hij maakte het groter en breder en daarmee geschikt voor de Zuiderzee.
Wierda had een tijd op een visaakje gevaren en wist aan welke eisen een vissersschip voor groter water moest voldoen. In 1897 durfde visser Jan Stevens Visser als eerste de stap te wagen en de zeeschouw, een scheepje van een meter of acht, was geboren. Dat mag ongetwijfeld een revolutie worden genoemd, zeker onder de toenmalige scheepsbouwers, die er plotseling een concurrent bijkregen.

Redding

De zeeschouw bleek de redding voor veel vissers, die zich geen dure botter of aak (meer) konden veroorloven. Het relatief simpele scheepje was ook bij uitstek geschikt om van plaatstaal te bouwen. Het leidde tot een nog zeewaardiger schip met meer zeeg en een hoger oplopend voordek. Toen het wat beter ging in de visserij namen de vissers geen afscheid van de schouw; ze gingen wel om een groter schip vragen. Lengtes tot een meter of twaalf waren geen uitzondering meer. Het scheepstype is nu niet meer weg te denken uit de recreatieve en traditionele zeilvaart. De meeste stalen zeeschouwen voor de visserij liepen van stapel bij Van Goor in Monnickendam, Van der Werff in Stavoren en Amels in Makkum. Daarnaast is er een aantal op kleinere werven gebouwd, want het werd een populair scheepstype. Eerst onder zeil, maar later ook gemotoriseerd en voorzien van een stuurhutje.

Piet de Visser met de ZL37, die in de Biesbosch viste. Jan Frenaij uit Schiedam bracht de schouw weer onder zeil in 2003. (foto Henk Weeland)
Piet de Visser met de ZL37, die in de Biesbosch viste. Jan Frenaij uit Schiedam bracht de schouw weer onder zeil in 2003. (foto Henk Weeland)

ZL37 Adriana

In 2025 werd de zeeschouw ZL37 Adriana aangemeld voor opname in het Stamboek. Volgens de toen beschikbare gegevens zou zij in 1935 door Amels zijn gebouwd voor eigen rekening. Ze viste daarna onder nummer WON34. In 1942 zou ze verkocht zijn naar Warns om te gaan vissen onder nummer HL4.
De zeeschouw verhuisde vervolgens naar het zuidwesten: in 1967 werd zij eigendom van familie Van de Kreeke in Wolphaartsdijk, samen met een andere zeeschouw, ook van Amels. Deze werd gebouwd in 1934 en heeft volgens het visserijregister vanaf de bouw gevist onder nummer WON34. Omdat "onze" ZL37 volgens opgave de eerste zeven jaar in eigendom is geweest van bouwer Amels, met het nummer WON34, gaf dat aanleiding om het Visserijregister en diverse andere historische bronnen eens goed door te spitten. Zo kwamen we er achter dat de Van de Kreekes de (toentertijd) WR24 en WR26 als vissersschip hebben gekocht en deze hebben "verjacht". Een aantal jaren later zijn deze zeeschouwen als "jacht" weer verkocht. De WR24 ging naar Hooge Zwaluwe als ZL37 en is, aangepast, weer in gebruik genomen als motorschouw voor de visserij in de Biesbosch. Op de SSRP-website hebben we de geschiedenis met oude eigenaren zo goed mogelijk in kaart gebracht.
Onderzoek in het Visserijregister leverde meer informatie op uit de periode vóór Van de Kreeke in 1967. Daaruit bleek dat namen, nummers en jaartallen soms ook de nodige verschillen laten zien. Wat wel duidelijk maakte dat je niet altijd op eerdere gepubliceerde (en waarschijnlijk gekopieerde) informatie kunt vertrouwen..

Is de zeeschouw nu uitontwikkeld?

Bij de oprichting van de SSRP wilde men de vloot van Ronde & Platbodemschepen die na de Tweede Wereldoorlog was "overgebleven" zo goed mogelijk behouden, door er zoveel mogelijk historische informatie over te verzamelen en te publiceren. Grote reünies van eigenaren van dat soort schepen zorgden voor veel publiciteit. Het had tot gevolg dat de belangstelling enorm toenam en het aantal gerestaureerde en nieuwbouw schepen de eerste decennia na de oprichting sterk groeide. Nieuwe materialen en technische ontwikkelingen deden hun intrede en ook de zeeschouw profiteerde daarvan, toen Martijn van Schaik in 2003 De Deining zeeschouw tekende. Dit snelle ontwerp markeerde vooralsnog de laatste stap in de ontwikkeling. Maar wie weet wat de toekomst nog gaat brengen!

pdf SdZ 2026 nr2 maart - Zoeken naar de achtergrond van een Zeeschouw

Terug naar vorige pagina