Uit het Stamboek - Behou(d)t het Goede - 2026 nummer 3

24 augustus 2026

Behouden van het Goede?

Wat er allemaal ooit is vastgelegd ....

Dat vraagteken lijkt ethisch gezien overbodig, maar het gaat hier natuurlijk over ronde en platbodem schepen en jachten. Het is aan de SSRP te danken dat we nu op het water niet alleen vele goed onderhouden platbodemjachten zien, maar ook kostbare houten boeiers, Friese jachten en tjotters, waar ‘het Stamboek’ aanvankelijk voor opgericht was. Die dreigden na de oorlog echt van het water te verdwijnen, maar zie, nu varen ze nog en veel van die jachten zien er zelfs fraaier uit dan hun leeftijd doet vermoeden. Missie geslaagd, mag je dus zeggen.

Reacties zijn opgenomen na de tekst van Dirk Huizinga.

Grouw, 2019. Piersma boeiers bijeen.
Grouw, 2019. Piersma boeiers bijeen.

Desalniettemin stel ik het hier ter discussie, en wel om de volgende reden. Voor particuliere eigenaren kan het financieel bezwaarlijk worden vooral een houten platbodem vanwege de jaarlijkse onderhoudskosten en eventueel nodige restauratie in de vaart te houden. Een aantal fraaie houten platbodems is daarom overgenomen door een Stichting die (met ANBI-status, een Algemeen Nut Beogende Instelling) in staat is met behulp van sponsors en vrijwilligers deze schepen in de vaart te houden. Dat is belangrijk, maar ik zie ook dat met die overgang iets essentieels verandert. Die fraaie jachten die meestal jarenlang in particulier bezit door families gekoesterd werden, gaan over naar een anonieme organisatie, waarvan het bestuur in de doelstellingen weliswaar heeft staan hoe zij het maritiem erfgoed dat zij beheert voor de maatschappij wil behouden en als cultuurobject zichtbaar wil laten zijn, maar zonder garantie dat dit inderdaad met grote inzet ook inderdaad gebeurt. Dat is voor een Stichting namelijk lastig. Een particuliere eigenaar van een mooi scheepje is bereid veel tijd en energie aan dat fraaie bezit te besteden om het zo goed mogelijk te behouden, maar bij een Stichting ligt dat anders. Het Stichtingsbestuur doet dat in de regel niet zelf, maar die organiseert dat met vrijwilligers en af en toe wat professionele hulp. Een Stichting heeft uit zichzelf namelijk geen geld.
Wat een Stichting wel goed kan, is gedurende een korte periode geld genereren om een oud maar bijzonder scheepje te laten restaureren. Daarvan zijn tal van voorbeelden.
Ik toon een paar uit mijn eigen omgeving:

	De Staverse jol ST 48 uit 1894 werd in 2012 door de daartoe opgerichte Stichting Staverse jol overgenomen van de toenmalige eigenaar Piet Bouma voor een symbolische bedrag en in 2013 bij scheepswerf De Hoop in Workum gerestaureerd door Harold de Lange.
De Staverse jol ST 48 uit 1894 werd in 2012 door de daartoe opgerichte Stichting Staverse jol overgenomen van de toenmalige eigenaar Piet Bouma voor een symbolische bedrag en in 2013 bij scheepswerf De Hoop in Workum gerestaureerd door Harold de Lange.
Replica van de palingaak Korneliske Ykes. Gebouwd voor een Stichting tussen 2004 en 2009 bij Piersma in Heeg.
Replica van de palingaak Korneliske Ykes. Gebouwd voor een Stichting tussen 2004 en 2009 bij Piersma in Heeg.
Het Fries jacht de Wâldfûgel. Gebouwd in 1920 in Drachten op het Fallaat. Op de foto in 2018 door een Stichting overgenomen van de eigenares.
Het Fries jacht de Wâldfûgel. Gebouwd in 1920 in Drachten op het Fallaat. Op de foto in 2018 door een Stichting overgenomen van de eigenares.

In Workum heeft Roelof van der Werff het jacht opgeknapt, waarna het in 2020 weer in Drachten gepresenteerd kon worden.

Drachten, 2020. Het Fries jacht de Wâldfûgel in oude glorie. Naast het jacht het skûtsje De Jonge Trijntje, dat in 1909 op het Fallaat bij Van der Werff was gebouwd.
Drachten, 2020. Het Fries jacht de Wâldfûgel in oude glorie. Naast het jacht het skûtsje De Jonge Trijntje, dat in 1909 op het Fallaat bij Van der Werff was gebouwd.

Als zwaar verwaarloosd woonscheepje werd het overgenomen door een stichting en in 2015 gerestaureerd tot beurtschip zoals het ooit was. Weer het Fallaat, en weer door een Van der Werff.

Workum, 2024. De Workumer bol Anna Maria, overgenomen door een Stichting en in afwachting van een restauratie.
Workum, 2024. De Workumer bol Anna Maria, overgenomen door een Stichting en in afwachting van een restauratie.

Maar wat als de restauratie gedaan is?

Stichtingen zijn, zo heb ik de indruk gekregen, goed in het laten opknappen, restaureren en zelfs herbouwen van historische vaartuigen. Maar dan….. Die prachtige schepen die daarna met feestelijkheden weer te water lopen, moeten de jaren daarna wel onderhouden worden. En ze zijn er niet om in een haven stil te liggen, er moet ook mee gevaren worden. Dan zijn ze op hun mooist. Om dat voor elkaar te krijgen, is er ieder jaar opnieuw geld nodig en een organisatie van vrijwilligers die onder bekwame begeleiding het onderhoud en de vaart voor hun rekening nemen. Als beloning kunnen ze meevaren op de schepen.

Zo beschikt de succesvolle Stichting tot Behoud van Elburger botters over ongeveer honderd mensen die wel wat willen doen voor die Stichting en is er rond Elburg een reeks bedrijven die bereid zijn de vele activiteiten financieel te ondersteunen. Maar dat is niet overal zo. Vaak worden schepen gerestaureerd zonder dat er serieus nagedacht is over de vraag wat er met het schip gedaan moet worden als de restauratie voltooid is. Dan zie je een mooi gerestaureerd Fries jachtje dat het hele jaar het schiphuis niet verlaat. Ook het regelmatige onderhoud aan zo’n scheepje is een klus die inzet van vrijwilligers vraagt die er niet altijd is, terwijl dat gerestaureerde jacht wel jarenlang verder moet en zorg nodig heeft. Ook zie je gerestaureerde scheepjes al spoedig matig in de olie of lak zitten, waardoor het nieuwe hout na enkele jaren al ernstig inwatert en niet veel later is het scheepje weer toe aan groot onderhoud, waar de Stichting vanzelfsprekend de middelen voor moet binnenhalen.

Die particuliere eigenaars van voorheen, zo is mijn indruk, lieten het niet zo ver komen. Die voelden zich echt verantwoordelijk en zorgden beter voor hun bezit dan de Stichtingen, die weliswaar de schepen in beheer hebben, maar waar niemand zich echt verantwoordelijk voelt voor de zorg en de vaart ermee. De particuliere eigenaren waren vanwege hun leeftijd, vanwege de kosten van hun schip en de inspanning om het onderhoud zelf uit te voeren en wellicht ook vanwege het ontbreken van opvolgers binnen de familie niet meer in staat goed voor hun jacht te zorgen.

Cynici plegen wel eens op te merken, dat het bezit van een jacht twee dagen geluk brengt: de dag van aankoop en de dag dat het schip weer verdwijnt. Dat is wel erg eenzijdig gedacht. Maar lastig blijft het wel. Een kennis van mij vond het prachtig dat er mensen zijn die hun houten platbodem er zo mooi lieten uitzien. Dan kon hij er naar kijken en ervan genieten, zonder de moeite en de kosten ervan te voelen.

Dit Vlugschrift "Uit het Stamboek - Behoud(t) het Goede" is samengesteld door Dirk Huizinga.


Reactie van Gerben Donselaar (24-08-2026)

Goedemiddag,

Ik voel mij geroepen om te reageren op het Vlugschrift met de titel Behouden van het Goede….
Los van het feit dat ik in de basis het eens met de inhoud van de tekst geld deze situatie niet voor alle schepen die door een Stichting worden beheerd.

Mijn situatie is als volgt:
Als privépersoon ben ik eigenaar van De Vrouwe Berber (plaquettenummer 2422) en als bestuurder van de Stichting tot Behoud van Bunschoter Botters ben ik ‘mede-eigenaar’ van de BU67 (registratie-nummer 9152) en daarmee een ervaringsdeskundige op het gebied van het verschil tussen een Stichting en privéeigenaar.
(Note: we hebben de wijziging van stichting niet doorgegeven aan het Stamboek, ik zal hierover een aparte email sturen.)

De stichting tot Behoud van Spakenburger Botters bestaat nog steeds en is eigenaar van de BU65 (plaquettenummer 614) en begin 2025 is deze Stichting gesplitst en daarmee is de eerder genoemde Stichting tot Behoud Bunschoter botters ontstaan en daarmee heeft elke botter een eigen Stichting. De reden van deze splitsing doet niet ter zaken, maar we kunnen ruim 1 jaar later wel concluderen dat beide botters door toedoen van beide actieve Stichtingen – lees de vrijwilligers van deze beide botters – in zeer goede conditie zijn. Vanuit een technisch oogpunt dus goed en actief onderhouden maar ook in deelname aan evenementen en zeilwedstrijden.
Het risico wat is beschreven (Stichting wel goed in restauraties maar niet in de dagelijkse gang van zaken zoals reparaties en actief varen) is dus niet in alle gevallen de situatie. Natuurlijk zie ik ook om mij heen, ook in Spakenburg, dat er platbodems in slechte conditie zijn door beperkte financiële middelen en/of gebrek aan tijd).

Als particulier eigenaar van De Vrouwe Berber betaal ik alles privé, wat betekent dat naast de kosten ook veel tijd kost om een mooi houten scheepje in goede conditie te houden. Als privéeigenaar heb je over het algemeen niet de beschikking over vrijwilligers en dat maakt het een stuk moelijker.

Wellicht is je geschreven stuk bedoeld om te prikkelen en mensen te laten realiseren dat deze schepen niet vanzelf blijven varen, ik voel me niet aangesproken overigens hoor, en ben het in de basis dus wel met het geschreven stuk eens.
Succes!

Met vriendelijke groet,
Gerben Donselaar


Vragen: Wie weet meer van deze schepen?

Gelukkig zijn er ook veel particulieren die hun platbodem willen behouden. Bij het Stamboek krijgen we vaak vragen over de achtergrond en historie van deze schepen. Niet vreemd, want wij proberen de geschiedenis van onze Nederlandse Ronde en Platbodemvloot zo goed mogelijk in kaart te brengen en te presenteren. Van bijna 3000 schepen kunnen we al veel informatie tonen. Maar regelmatig krijgen we toch vragen over schepen, die we nog niet eerder zijn tegengekomen. Soms wordt de geschiedenis van een schip bij verkoop, door allerlei omstandigheden niet doorgegeven. Helaas! Vandaar dat we uw hulp inroepen. Wie kan ons meer vertellen over de twee hieronder genoemde schepen?

De Schokker 'Zonnewinde'.
De Schokker 'Zonnewinde'.

De Schokker 'Zonnewinde'

De Schokker 'Zonnewinde', eind vorig jaar in Meppel gekocht als opknapper. Er is tot op heden niets bekend over dit schip. Er is gezocht naar meer informatie en overeenkomsten met bekende schepen. Maar dit heeft nog niet het gewenste resultaat opgeleverd. De Zonnewinde is een stoere schokker met als bijzonderheid het aanrecht in de lengte langs stuurboord, dus niet zoals de meeste schokkers in een hoekopstelling. Verder is de betimmering en inrichting van oorsprong luxe uitgevoerd.

De Zeeschouw BB1 met zeilnummer ZC195.
De Zeeschouw BB1 met zeilnummer ZC195.

De Zeeschouw BB1

Deze Zeeschouw is eind 2025 gekocht van een eigenaar, die helaas geen enkele informatie had over haar voorgeschiedenis. Het is een snelle zeiler van 8.5 mtr LOA en een rompbreedte van zo ongeveer 3,05 mtr. De huidige naam BB1 zegt niets. In de verf is nog een vorige naam zichtbaar 'Vrouwe Maaike'. De vorige eigenaar beweerde dat het scheepje bij Kroes in Kampen gebouwd zou zijn, maar daar ontbreekt verder elk bewijs van. Wel is het grootzeil voorzien van het nummer ZC195, verstrekt door het Watersportverbond. Maar daar heeft de SSRP helaas geen gegevens van.

Heeft u informatie?? Graag even reageren naar stamboek@ssrp.nl .


Goed Gebundeld

Alle vlugschriften "Behoud(t) het Goede" zijn in de SSRP-website verzameld in de rubriek "Goed" gebundeld. Hierin presenteren we de communicatie vanuit de SSRP naar haar begunstigers en vele andere belangstellenden.

Daarin verzameld het vlugschrift "Uit het Stamboek - Behou(d)t het Goede" van Gerard ten Cate en anderen;"In Beeld", verhaaltjes over maritieme zaken uit het dagelijks leven van Dirk Huizinga en de Stamboekbijdrages in de Spiegel der Zeilvaart van Jan Eissens en anderen.

Terug naar overzicht