In Memoriam Wim de Bruijn (1943-2025)

5 juli 2025

Duizendpoot Wim de Bruijn - Voormalig scheepstekenaar voorzag watersportwereld van vele boeken en bladen

Er zijn weinig mensen die de laatste vijftig jaar zoveel betekend hebben en nog steeds betekenen voor de zeilsport als Wim de Bruijn. Leonard Blussé keek met hem terug op op zijn opmerkelijke loopbaan.

Wim de Bruijn heeft een indrukwekkende staat van dienst. Hij was uitgever, schrijver van boeken en van een oneindige reeks artikelen over maritieme onderwerpen, oprichter van de Spiegel der Zeilvaart en samen met Thedo Fruithof initiator van de Klassieke Schepen Beurs, en tenslotte - niet minder belangrijk - zijn leven lang klusser aan klassieke schepen, variërend van platbodems tot scherpe jachten. 

Omdat Wim vanaf de vroege jaren zestig de ups en downs, of liever gezegd de golfbewegingen in de pleziervaart van nabij heeft meegemaakt, leek het de redactie van Scherp Gesneden (tijdschrift Vereniging Klassieke Scherpe Jachten VKSJ) een goed idee om eens bij hem in Haarlem op bezoek te gaan en terug te zien op een opmerkelijke loopbaan die overigens nog niet voorbij is, want Wim schrijft nog geregeld bijdragen voor de Spiegel der Zeilvaart.

pdf Scherp Gesneden 2023 juli nummer 41 - Duizendpoot Wim de Bruijn


Met diepe droefenis en groot respect is de Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten (SSRP) afgelopen maandag van het overlijden van Wim de Bruijn op de hoogte gebracht, Ineke Verkaaik-Hogervorst

Wim de Bruijn was méér dan een liefhebber van klassieke jachten – hij was een hoeder van hun geschiedenis, een verteller van hun verhalen en een onvervangbare stem binnen de wereld van ronde en platbodemjachten. Voor tallozen was hij het geweten van het Varend Erfgoed, een baken van kennis, beschikte over een encyclopedisch geheugen, was vol toewijding en liefde voor de Nederlandse scheepsbouwtraditie.

Binnen de SSRP vervulde Wim de Bruijn decennialang een centrale rol. Zijn betrokkenheid bij het Stamboek was niet alleen praktisch en organisatorisch van aard, maar ook inhoudelijk van grote waarde. Hij kende elk schip bij naam, wist vaak meer van de bouwhistorie dan de eigenaren zelf en leverde talloze bijdragen aan de documentatie en classificatie van ronde en platbodemjachten. Zijn scherpzinnige pen, gecombineerd met een scherp oog voor detail, gaf vorm aan vele artikelen, registraties en boeken.

Zijn benoeming tot Ere-donateur was dan ook niet alleen een eerbetoon, maar een vanzelfsprekende erkenning van zijn bijna levenslange en onvermoeibare inzet. Zijn onuitwisbare invloed zal in het Stamboek voortleven, als fundament onder ons gedeeld erfgoed.

Spiegel der Zeilvaart – Historicus en verteller

Als initiator (1977), redacteur, auteur en bron van historische duiding was Wim jarenlang één van de drijvende krachten achter het prachtige tijdschrift 'De Spiegel der Zeilvaart. Hij wist als geen ander het verleden tot leven te brengen – of het nu ging om een klassiek jacht van een bekende werf, een vergeten botter uit een klein dorp, of een bijna verloren ambacht. Zijn stijl was helder, krachtig, zijn toon altijd betrokken, eerlijk en deskundig. Wim schreef niet om te imponeren, om te mopperen, maar om te bewaren, te delen en vooral om te enthousiasmeren.

De Spiegel verliest in hem niet alleen een initiator en schrijver, maar ook een bezielende uitgever, met zijn onuitputtelijke kracht en inspiratie, die telkens weer nieuwe verbanden wist te leggen tussen heden en verleden. Nieuwe contacten leggen en te onderhouden met oprechte belangstelling voor de mens tegenover hem.


Wim  maakt hier in 2012 een Spiegel op (Evert Bruinekool Photo-Art.info) 

De W.H. de Vosprijs en de Aureliaprijs – Eerbewijzen voor zijn missie

De toekenning van zowel de SSRP W.H. de Vos- (2002) en de Aureliaprijs (2020) vormden tastbare waardering voor zijn levenswerk. Beide prijzen, bedoeld ter erkenning van bijzondere verdiensten voor het behoud van het Varend Erfgoed, vonden in Wim de Bruijn een vanzelfsprekende laureaat. Hij stond symbool voor een integrale benadering: niet alleen behoud in materiële zin, maar ook in terugkerende overdracht van kennis, verhalen en enthousiasme.

Boegbeeld van het Varend Erfgoed

In een tijd waarin historische schepen meer dan ooit onze aandacht verdienen, was Wim de Bruijn tot aan zijn overlijden een rots in de branding. Hij begreep als geen ander dat het behoud van Varend Erfgoed niet stopt bij het conserveren van hout en ijzer, maar voortleeft in mensen, gemeenschappen, geschiedenissen en verhalen. Zijn werk inspireerde generaties liefhebbers, scheepsbouwers, eigenaren en beleidsmakers.


Wim met zijn vrouw Elly in Zierikzee bij de doop van de Hoogaars ''Nehalennia' (foto Gerard ten Cate)

Hij was samen met zijn vrouw Elly zichtbaar en onzichtbaar aanwezig op talloze evenementen, SSRP-Lustrumreünies en Voorjaarsbijeenkomsten en vaak te vinden in gesprek met jonge enthousiastelingen. Altijd bereid om kennis te delen, altijd nieuwsgierig naar het verhaal van een schip, een bouwer of een schipper. Zijn naam werd stilaan een synoniem voor betrouwbaarheid, passie en respect voor het maritieme verleden.

Dankbaarheid en nalatenschap

De SSRP – en met ons het gehele netwerk van het Varend Erfgoed – is Wim de Bruijn zéér, zéér veel dank verschuldigd. Zijn nalatenschap leeft voort in duizenden scheepsregistraties, honderden artikelen, talloze archieven en vooral in de harten van hen die hem kenden en met hem samenwerkten. In het laatste whatsappje op zondag 29 juni j.l. vroeg ik aan Ellie of zij Wim namens de SSRP een kus wilde geven en hem zeggen dat hij en zijn leven, zijn inzet van ontiegelijk groot belang is geweest voor ons (vrijwilligers), de SSRP, maar vooral voor zijn SPIEGEL... dus voor héél Nederland. Wij zullen hem missen – als mens, als mentor, als vriend. Onze gedachten gaan uit naar jou Elly, jullie kinderen en zijn familie, vrienden en allen die hem dierbaar waren. 'Je koers is uitgezet. De wind in de zeilen blijft...dankzij jou'!

Rust zacht, Wim

Deze In Memoriam is geschreven door:
Ineke Verkaaik-Hogervorst
voorzitter SSRP tot eind 2025


Spiegel der Zeilvaart, eindredacteur Arthur van 't Hof

Iedereen weet wel een leermeester aan te wijzen van wie hij het vak heeft geleerd. Toen ik 12 jaar geleden de taken van Wim de Bruijn overnam, vond ik mezelf al een ervaren vakman op tijd- schriftgebied, maar dat bleek jeugdige overmoed. Voor de nieuwere lezers: Wim de Bruijn is decennialang hoofdredacteur van de Spiegel geweest. Hij heeft het blad min of meer bedacht en wist het een paar jaar later te redden uit een mediahuis dat op instorten stond. Zelfstandig ging hij verder en dat was niets minder dan een koene daad: sinds die tijd heeft het vaderlands varend erfgoed een eigen uithangbord dat bij wijze van spreken naast de Libelle in de boekwinkel staat.

Voor de langjarige lezers geldt: Wim de Bruijn, dat is de man die alles weet, of het nu gaat om botters (zijn jeugdliefde) of zompen (een later ‘onderzoeksveld’)- Hij is een soort wandelende geheugenbank bij wie je altijd terecht kunt met je vragen. Ook ik. Zoals laatst nog, toen we een artikel hadden waarin het toespoor van zwaarden aan bod kwam en ik me afvroeg hoeveel graden daarvoor in het verre verleden werd aangehouden.
Ook nadat hij naar zijn eigen idee een stap opzij had gezet en op de achtergrond opereerde, trad hij nog graag op de voorgrond. Je zag hem overal in het land terug, op beurzen, bij belangrijke bijeenkomsten, maar vooral op jacht naar nieuwe verhalen. Hij produceerde een eindeloze stroom artikelen, liefst over de vakmensen aan wie hij zich terecht spiegelde. Die artikelen zijn altijd door en door geresearched: ze moeten hoe dan ook kloppen. Wim kan in woede ontsteken als er ‘flauwekul' in een verhaal staat, zeker als het om technische zaken gaat. In een onderwerp als ‘de beste lijm voor houtverbindingen’ kan hij zich vastbijten als een terriër. Op zeker moment moet ik dan beslissen dat er nu echt wel genoeg over gezegd is.
Ik had (en dat liet hij in het begin graag fijntjes weten) nog best veel te leren toen ik de fakkel van hem overnam. En inderdaad, de eerste tien jaar stonden in het teken van nog veel meer kennis vergaren, want wat wist ik nou helemaal van de voordelen van een droge naad of composietbouw in de negentiende eeuw? We vulden elkaar in dat opzicht goed aan, want ik vond dat de lat wel wat hoger mocht als het ging om het uiterlijk van het blad en de presentatie van artikelen. Het resultaat is dat Wim de laatste jaren best (lees: heel) tevreden is als er weer een Spiegel verschijnt. En hoewel het natuurlijk altijd nog beter kan, vertrouwde hij me vorige week toe, dat hij vond dat de Spiegel in goede handen is. Een mooier compliment mag je niet verwachten van je leermeester.
‘Werken houd je jong,’ riep Wim altijd met een bulderende lach. Om vervolgens in de auto te stap- pen en vanuit Haarlem naar Friesland te scheuren met een snelheid die je niet aan zijn leeftijd zou koppelen. Maar vorige week moest hij me nog iets anders vertellen: ‘Sorry maar ik zal mijn laatste artikel niet afmaken,’ zo verontschuldigde hij zich. Ik zei hem dat hij zich daar echt geen zorgen over hoefde te maken gezien zijn situatie.
Als ik dit schrijf zeilt mijn trouwe leermeester naar de horizon, maar is hij nog net niet uit het zicht verdwenen. Op dat moment kon de Spiegel helaas niet wachten, want die gaat altijd, al 49 jaar, op tijd naar de drukker. Ook nu weer. Wim zou dat volstrekt logisch vinden en een bewijs dat zijn levenswerk blijft voortbestaan.


Spiegel der Zeilvaart september 2025 nummer 7: Herinneringen aan Wim de Bruijn

Iedere goede verstaander die in Spiegel nr. 6 het redactioneel had gelezen begreep hoe het ervoor stond, maar voor alle duidelijkheid wil ik hier vermelden dat Wim de Bruijn, oprichter van de Spiegel en misschien wel de grootste kenner van het varend erfgoed in Nederland, op 5 juli j.l. is overleden.

Wims uitvaart werd zeer druk bezocht. Logisch, want hij kende heel veel mensen en was een aimabele en een voor de erfgoedwereld uiterst charmante man, die met eigenlijk iedereen goed overweg kon. Voor mij persoonlijk was hij een inspirator, maar dat gold voor veel meer mensen. Toen zijn verscheiden algemeen bekend was geworden via de sociale media, ontvingen we veel steunbetuigingen en dankwoordjes. Wims zakelijke relaties, die hij vaak zo goed kende, waren niet uitgenodigd op de uitvaart en dat valt wel te begrijpen, anders had de familie een theaterzaal moeten huren waar misschien wel vijfhonderd mensen in pasten! Wim stond name-lijk altijd voor iedereen klaar die vragen had over zijn/haar schip of een werkwijze om een restauratie uit te voeren.

Daarnaast had hij een grote drang om zijn kennis over te dragen of anderen de ruimte daartoe te bieden in de boeken die uitgaf. Zijn laatste project was het Handboek Traditioneel Scheepstuigen dat hij met Floris Hin en zijn vaste vormgever Melanie Nahar afrondde. Samen met Frank Brouwer maakte Wim een serie artikelen over allerlei aspecten van houtbewerking voor houten boten. Frank zegt daar meer over in onderstaande ingezonden brief. Peter Fokkens, onze vaste columnist Pharos, schreef een column over hoe hij het blad 'inrolde' en over Wims onnavolgbare werkwijze als bladenmaker, terwijl Theo Kampa, Wims levenslange 'huisfotograaf , herinneringen ophaalt aan Wims carrière als boekenuitgever en het prille begin van Spiegel der Zeilvaart. (Arthur van 't Hof)


`Heerlijk om kennis en kunde te delen' - (Frank Brouwer, Ambachtelijk Botenbouw Centrum, Amersfoort)

'In 2011, toen ik samen met een collega een V-Klasse (1912) aan het restaureren was, leerde ik Wim en zijn liefde voor houten boten pas écht kennen. Zijn enthousiasme over dit voor hem nog onbekende scheepstype spatte ervan af. Theo Kampa moest zoveel mogelijk foto's maken bij zijn artikel. Een jaar later startte ik mijn opleidingscentrum, het Ambachtelijk Botenbouw Centrum in Amersfoort, gebaseerd op het principe van het Britse IBTC, waar ik in 1990 mijn eigen opleiding tot houten botenbouwer had gevolgd. Elke open dag van het ABC was Wim vervolgens aanwezig om een enthousiast verhaal te schrijven over het opleiden van nieuwe houten botenbouwers. Vaak doorspekte hij zijn verhalen met eigen ervaringen, opgedaan als eigenaar van houten boten. Zijn kennis van, en interesse in, houtwerk was voor een journalist/ redacteur van bovengemiddeld niveau. Toen wij in 2021 aan het discussiëren waren over een artikel betreffende het uit de markt halen van de Bison Houtconstructielijm 2K Expert, kwamen we op het idee om een artikelenserie voor de Spiegel op te zetten over allerlei boten-bouwproducten en -principes. Hij kwam mij dan interviewen over de meest uiteenlopende onderwerpen, waarvan er veel tijdens de opleiding op het ABC aan bod komen. Het was heerlijk om samen met hem zo onze kennis en kunde te delen. Het resultaat bestond uit meerdere artikelen, over bijvoorbeeld een teakdek leggen en het onderhoud ervan en over het branden, stomen en lamineren van hout, naast het lijmen en kitten. Wim kon zijn passie voor houtwerk en -bouw er volop in kwijt. Altijd mocht ik aa¬merkingen leveren bij zijn stukken, wat fijn was, want hij wilde tekstueel wel eens wegdromen richting zijn eigen ervaringen met houten botenbouw en restauraties. Afgelopen najaar waren we alweer aan de praat over een nieuwe onder¬ werpen voor de serie, waar ik erg naar uitkeek. Het was immers onze gezamenlijke passie zoveel mogelijk kennis en kunde met iedereen te kunnen delen.

Dank Wim, voor je jarenlange liefde voor de houten botenbouw, ik werd er altijd superblij van als je bij ons binnenliep en na het zien van al die houten bootjes en schepen in onze loods vol verbazing uitriep: 'Dat zie je nergens meer in Nederland.' Ik ga je missen als sparring partner en als kennisbron van houten boten in Nederland.

Frank Brouwer


Meer van hout dan van ijzer - Columnist Pharos

Het zal zo'n 25 jaar geleden geweest zijn dat ik Wim de Bruijn voor het eerst ontmoette. Natuurlijk wist ik al langer van zijn bestaan; als abonnee van Spiegel der Zeilvaart en omdat ik zijn boeken kende over Rond en Plat en hoe je daar een leven lang plezierig mee kan varen. Ook zijn ontwerp van de Wadder, een stalen jacht met een bijzonder vormgegeven paviljoen, geschikt om mee droog te vallen én om de zeegaten zeewaardig mee te bezeilen, had indruk gemaakt. Pas veel later begreep ik dat die Wadder qua ontwerp helemaal Wim was, maar qua materiaal juist niet. De Wadder verenigde op een creatieve manier klassieke lijnen met modem vernuft, maar Wim zeilde zelf op een botter en dat was duidelijk een grote liefde.
Hij schreef ook het liefst over hout: bij de houtwerven was hij kind aan huis en met alle werfbazen was hij min of meer persoonlijk bevriend. Staal had zijn aandacht, want het grootste deel van de erfgoedvloot bestaat tenslotte uit stalen schepen, maar écht warm liep hij het meest voor een mooie houten boeier, tjotter of botter.

Zijn boeken puilden uit tot op de gang. Wim zei dan dat hij aan het opruimen was, en dat zei hij de volgende keer gewoon weer.

Plakken en knippen

Dat merkte ik allemaal pas toen ik zijn vaste columnist werd, op verzoek van de BBZ, die mij vroeg om stukjes over de chartervaart te gaan schrijven. Ik wilde daar graag een column van maken. Wim had er wel oog voor dat de chartervaart meer aandacht verdiende en een vaste columnist was een nouveauté. Ook het feit dat ik die column - zelf charterschipper tenslotte - onder pseudoniem schreef was nieuw voor de Spiegel. Sommige lezers dachten dat het iedere keer een andere Pharos was die de column schreef en leverden zelf ook maar vast gretig hun mening in. Wim moest ze dan teleurstellen: Pharos was één persoon en aan meer opinie had hij niet per se behoefte. Wim had immers nooit gebrek aan kopij; een vaste schare van liefhebbers en beroepsschrijvers leverde altijd voldoende materiaal aan om de kolommen te vullen.
Tussen die vertrouwde reeks van onderwerpen kwam er nu een nieuwe stem bij waar Wim wel mee uit de voeten kon. Hij deed voorstellen voor nieuwe onderwerpen of vroeg gericht om artikelen en naar suggesties voor een thema of serie was hij altijd nieuwsgierig. Als ik bij hem thuis kwam om over een onderwerp voor een interview of een nieuwe serie artikelen te praten, was hij altijd even enthousiast en hartelijk.

Wim deed veel voor zijn schrijvers. Met name de opmaak van het blad en de boeken die hij in samenwerking met hen verzorgde, had zijn niet aflatende aandacht. Hij was echter van voor het digitale tijdperk en aan opmaakprogramma's, hoe veelbelovend ook, had hij geen boodschap. Tussen de stapels boeken en tijdschriften, die tot in de gang uitpuilden, werd zijn schrijftafel gedomineerd door de grote groene snijplaat met de maatverdeling van de grafisch vormgever. Hij drukte alle teksten af op papier, zocht er illustraties bij die hij in zwartwit uitprintte, en begon te knippen en te plakken. Vervolgens moest de volgorde van de artikelen voor het volgende nummer bepaald worden, met tussenruimte voor de advertenties. Wim had daar een onnavolgbare methode voor; althans, als hij het aan me liet zien snapte ik er nooit wat van, maar hij was er steengoed in en pijlsnel.

Vernieuwing

Toen Wim er over nadacht om met de Spiegel en de Klassieke Schepenbeurs, het kindje dat hij samen met Thedo Fruithof in de lucht hield, te stoppen, waren Wouter van Dusseldorp en ik samen kandidaat voor een overname. De gesprekken daarover waren soms best spannend en brachten niet het gewenste resultaat, maar daar leed onze relatie niet onder. Wim bleef een welkome vraagbaak en adviseur als ik ergens onvoldoende van wist of ergens nieuwsgierig naar was.
Niet alle vernieuwing kon zijn goedkeuring wegdragen. Wim was niet bepaald blij met het verdwijnen van het oude beeldmerk van de Spiegel: een barokke voorstelling met zeemeermin en -man en klassiek houtsnijwerk. En ook mijn meest polemische columns vond hij soms te scherp; in de loop van verschillende decennia had hij geleerd dat je er, als tijdschriftmaker voor zo'n specifieke doelgroep, veel baat bij kunt hebben de lange tenen in het varend erfgoed te ontzien. Wim was immers altijd meer van het warme hout dan van het harde ijzer, en, anders dan zijn vaste columnist, bleef Wim de neutrale observator, die wel noteerde wat er voorviel, maar zelf geen standpunt innam.
Dat de Spiegel in erfgoedkringen nog steeds het lijfblad bij uitstek is, is dan ook volledig aan Wim te danken.

Ondertussen schrijdt de tijd voort, en raakt ook de omgang met het varend erfgoed in transitie. Verduurzaming, verjonging en bestuurlijke vernieuwing brengen scherpere observaties en opinievorming met zich mee. Ook de Spiegel ondervindt daar de invloed van maar ik ben ervan overtuigd dat Wim, als hij daar van gene zijde nog iets van meekrijgt, welwillend blijft toekijken, nieuwsgierig en vrolijk als hij altijd was.

In elk nummer van de Spiegel laat onze columnist Pharos zijn licht schijnen op actuele en minder actuele kwesties. Tegendraads en soms ook tegen de stroom in roeiend...


Wims avonturen op het Wad - Theo Kampa fotograaf

Theo Kampa fotografeerde in het verleden zo'n beetje alles wat los en vast zat voor Wim de Bruijn en `zijn' Spiegel. Maar ook daarvoor hadden de twee al een werkrelatie op het water. Theo vertelt over zijn avonturen met Wim de Bruijn.

`Er was een tijd dat ik in december niet aan fotograferen op het water dacht. Totdat de telefoon ging: 'met Wim, we hebben net een uitgever op bezoek gehad met de vraag of we een boek over varen door Nederland kunnen maken. Het moet als boek van de maand aanstaand voorjaar 1971 in de winkels liggen. Denk je dat je in je archief wel genoeg foto's hebt om daaraan mee te doen?' Oef, maar het lukte. Van Varend door Nederland zijn rond 60.000 exemplaren verkocht.

Hoe hebben we dat voor elkaar gebokst ? Ik heb een lijst gemaakt van onderwerpen en samen met Wim de negatieven via de vergrotingskoker bekeken die in aanmerking zouden kunnen komen en afgedrukt. Al snel kwam de uitgever, een (toen) in onze ogen oude strenge heer, eens kijken hoe het ervoor stond. Met het oog van de meester selecteerde hij de foto's en vroeg om meer keuze. Met ons antwoord dat er in december geen boot meer op het water te bekennen was, moest hij het maar doen.

Bij Jaap Kramer

Wim was toen in dienst bij het Bureau voor Jachtbouw en Watersport van jachtontwerper Jaap Kramer. In 1962, met een HBS-diploma op zak begon hij daar als tekenaar. Ondertussen volgde hij als werkstudent op de TU Delft een opleiding in de Scheepsbouwkunde. Als zeeverkenner bouwde hij in zijn vrije tijd aan een clubhuis. Toen de professor vertelde dat van zijn groepje studenten er hooguit drie een baan zouden krijgen in hun vakgebied en zijn werkgever Kramer hem bovendien zetschipper wilde maken op de 12,85 lange jachtbotter Pieternella (EB32) die hij had aangeschaft, stopte Wim met zijn studie.
Die botter was aangeschaft om met potentiële klanten te gaan varen. Wim had daar zo zijn twijfels over, maar na een zomer met betaalde gasten te hebben doorgebracht, kreeg hij de tijd van zijn leven. Op de toenmalige botterwerf van Oost in Harderwijk ging de Pieternella op de hel¬ling om een paar gangen te vervangen. En, dat is zo mooi van een houten schip, dan komt er altijd nog meer tevoorschijn! Wim mocht meewerken en zijn uren werden niet in rekening gebracht. Drie maanden heeft hij in de winter op het schip gewoond brr... Wel kreeg hij ontbijt en lunch van de werfbaas.
Vele, vele malen heb ik zijn verhalen over die tijd moeten aanhoren. Hoe het werken met hout hem fascineerde: 'Ik heb van de heer Oost zoveel geleerd over werken met hout... en daar heb ik mijn hele leven plezier van gehad.'
Geld voor een knappe auto was er niet, wel voor een abonnement op de Elsevier en dat zou de heren Kramer en De Bruijn geen windeieren leggen. Want, behalve dat ze jachten tekenden en boeken schreven, vulden ze zo nu en dan ook heel serieus puzzels in. Toen ze op een dag in de Elsevier een puzzel tegenkwamen waarmee een Saab te winnen viel, gingen ze er eens serieus voor zitten... En een paar weken later reden ze met de gewonnen rode Saab op uitnodiging naar de Saabfabriek naar Zweden!

Liefde voor de Wadden

Het varen door Friesland met onhandige gasten was niet altijd eenvoudig op een botter, helemaal niet als je het in je eentje moest doen. Maar de Wadden op met mensen die wilden zeilen, dat was wel leuk. Toen ontstond Wims liefde voor de Wadden en ook het idee een jacht te ontwerpen speciaal voor het Waddengebied. Op de tekentafel verscheen een familie-motorzeiler met een platte bodem en een midzwaard, de kuip in het midden, met een achterkajuit en een opbouw die als bakdek in het boeisel uitkomt. Dat alles kreeg een lengte van net iets meer dan acht meter, gemaakt in staal, bedoeld voor de wadvaarder met een bescheiden beurs.
Onder de naam Wadder moest het scheepje de wereld veroveren. Wim schafte zelf een casco aan en heeft de afbouw in Maandblad Watersport en Schuttevaer uitgebreid beschreven. Deze Wadder werd verkocht, maar Wim kon zijn handen niet stil houden, hij moest timmeren en dus werd er in 1978 bij Kooyman & De Vries een casco van een 10,75 meter Vreedenburgh schokker aangeschaft. Lange tijd was Wim 's zaterdags niet te bereiken, omdat hij, met zijn schoonvader als assistent, de schokker aan het aftimmeren was. Wim en ik kenden elkaar al jaren toen ik Wim in 1967 bij toeval op Terschelling tegen het lijf liep. De haven lag vol met deelnemers aan de Harlingen-Terschelling race. Wim lag daar met gasten aan boord van de Pieternella. Ze zouden met de wedstrijdzeilers terug naar Harlingen zeilen. 'Kan ik niet meevaren? Dan kan ik foto's maken.' Aldus geschiedde en dit was het begin van vele mijlen die we samen op het Wad aflegden. De Pieternella werd in de nieuwe haven van Lauwersoog gestationeerd en van daaruit zwierven we over slenken en geulen om het boek "Zwervend over de Wadden" te maken. We genoten!

Transfer

Het boek werd een succes en Wim maakte in 1973 als een voetballer, een transfer van ontwerpbureau Kramer naar uitgeverij De Boer Maritiem, een onderdeel van Unieboek. Daar ging hij zich met maritieme en watersportboeken bezighouden. Unieboek had een tijdschrift, Spiegel Historiael en Wim kreeg in 1977 de kans om zijn lieveling, Spiegel der Zeilvaart, te laten verschijnen. Daarmee probeerde hij zijn boekenlezers aan zich te binden en reclame te maken voor nieuwe boeken.
Al een week na Wims 'transfer' zaten we samen in een Cesna om luchtfoto's te maken. Zijn taak was de tijd en plaats bij te houden. De opdracht van de sponsor was om van ALLE (meer dan duizend...) jachthavens een luchtfoto te maken voor de Vetus vaargids. Dat zijn zeven boekjes geworden met rond de duizend zwartwit foto's, inclusief informatie waarmee je de wc in Eijsden kon vinden, of de bakker in Wartena. Wederom een zeer geslaagd project, er zijn er rond de tienduizend van verkocht.
Al snel kwam de volgende opdracht van Vetus: luchtfoto's van alle havens in Zuid-Frankrijk, een deel van de oostkust van Spanje en de kust van Italië, plus de Franse en Italiaanse eilanden in de Middellandse Zee. Het werd prachtig in kleur gedrukt, maar nu viel de verkoop zwaar tegen.

Werfjes en werven

Na een tussenstop bij Uitgeverij Interdijk, kocht hij in 1984 Spiegel der Zeilvaart uit de boedel van zijn oude werkgever Unieboek en is het los gegaan. Niet gehinderd door een uitgever, konden we naar eigen believen allerlei bijzondere reportages maken in binnen- en buitenland: van het Verdronken land van Saeftinge in Zeeland tot aan de Douro in Portugal. Grote en kleine werven werden bezocht, met Wim likkebaardend bij houten tjotters, Friese jachten en boeiers. Zo ook bij de bouwers van een Pampus, Twaalfvoetsjol of Zestienkwadraat. Soms volgden we de voortgang van een schip van kiel tot tewaterlating. De tijden veranderden en bij de grote werven zagen we hoe Lemsteraken groeiden naar 16 meter en een bijbehorend prijskaartje. Overigens was de rode Saab allang ingeruild en aan de trekhaak kon nu een knalgeel redactiebootje meegenomen worden.
Op een dag horen we dat er bij Terschelling een paar driemasters en andere mooie schepen voor anker liggen om naar England te zeilen. 'Wat denk je Wim, misschien wel mooi om daar een reportage van te maken? Het weer belooft in de middag alleen wel slechter te worden.' 'Ja, doen', zegt Wim. Voor dag en dauw starten we de redactieboot, op weg naar Terschelling. We varen met de windjammers mee door de Stortenmelk naar buiten. De golven worden hoger, de schepen zijn bijna allemaal stormgetuigd. Nog een paar foto's, dan is mijn filmpje vol. 'We gaan terug' roept Wim 'de golven gaan krullen'. Het wordt spannend. Ik schreeuw: 'Stuur naar het strand'. Wim schudt nee, 'daar liggen stenen'. Hij laat de boot op de top van een hoge golf hangen en op het moment dat de golf wil gaan krullen neemt hij gas terug. We hebben het geluk dat de achter ons komende golf nog niet krult. Wim kan de boot zo manoeuvreren dat we ook daar weer bovenop meekomen. Het is ongelofelijk spannend: halen we het of halen we het niet? Ik wil alleen maar naar het strand, hij schudt niet eens zijn hoofd meer. En loodst ons op een onwaarschijnlijke knappe manier door de hoge krullende golven. Wanneer we van de schrik en zeiknat in de haven van Vlieland uitrusten, vraagt een slimmerik: 'Hoe was het buiten?' 'We moesten terug, het bier was op' antwoorden wij vermoeid.

Staat van dienst

Wim verwierf zich na zijn tijd op de botter een indrukwekkende staat van dienst. Eerst als redacteur en later als uitgever was hij verantwoordelijk voor honderden maritieme- en watersportboeken. Hij kreeg er nog een (internationale) baan als redacteur bij toen Unieboek de firma United Nautical Publishing Company (UNP) oprichtte, samen met het Duitse Delius Klasing, het Britse Nautical Publishing Company en het Italiaanse Mursia. Zo konden de boektitels in grote oplagen in verschillende talen worden uitgegeven.
Later kwam er meer rust in zijn leven. Nog later, toen hij de dagelijkse leiding over de Spiegel had overgedragen, we waren al zeventigers, zeilden we elke dinsdag op de Kaag met zijn Antiki, een Pampus-achtig scheepje van Javaans teakhout, in 1926 gebouwd in Indonesië. Van de haven-meester mochten wij als enigen de haven in en uit zeilen. Terecht, want in al die zestig jaar dat ik met Wim ben opgetrokken heb ik wel gezien dat hij kon schipperen als de beste!

Theo Kampa

Terug naar vorige pagina