2025-9 Verhaal over een schip en zijn eigenaar

In 1995 ontdekte de toen 14-jarige dochter Kaike van Wadzeiler Willem Ruempler de hoogaars Willemke. Het was het begin van een levenslange romance met dit scheepstype, dat zich uitstekend thuis bleek te voelen in het vaargebied van Willem. Hij schreef een boek over zijn thuiswater en vaaravonturen.

De Johanna von Amrum staat sinds 2023 ingeschreven in het Stamboek met plaquette 2364. Johanna is een 11 m hoogaars, gebouwd in 1984 door Dirk Kloos in Leiden, voor zichzelf en onder de naam Brandende Liefde. Haar thuishaven is nu Amrum, een eiland in het Duitse deel van de Waddenzee ten zuiden van het eiland Sylt. Het ligt in een ondiep Waddengebied met smalle vaargeulen aan de oostkant en aan de westkant de vaak onstuimige Noordzee. Een omgeving waarin een Hollandse platbodem in haar element is. Dat vindt haar eigenaar Willem Ruempler, geboren op Amrum, in ieder geval. Hij was in zijn jeugd al verliefd geworden op een plaatje, of beter gezegd een foto, in Jan Lunenburgs Ronde en Platbodems (1972), van de hoogaars Aladdin.

Huren

In 1995 ontdekte Willems toen 14-jarige dochter Kaike de hoogaars Willemke. Dit schip was gebouwd voor de verhuur door Heech by de Mar. Ze besloten het drie weken te huren. Hun grote beproeving werd het zeegat van Norderney bij afgaand water en met windkracht 5, maar wind tegen stroom. De hoogaars gleed soepel door de golven en bleef droog. In de kajuit was het een rommeltje, maar aan dek voelde de schipper zich geweldig. Het bleek dat op open zee deze hoogaars - met haar 8,5 m waterlijnlengte - prima in een golfdal paste, waardoor ze prachtig rechtop kan zeilen. Samengevat, een makkelijk te varen schip, ook met alleen de schipper aan boord. Daar werd het besluit genomen zelf zo'n schip aan te schaffen. In 1996 kwam het zusterschip van de Willemke, de latere Johanna, te koop. Sindsdien is dit schip bijna dertig jaar in de familie Ruempler. Er worden vaartochten gemaakt op de Noordzee, naar Engeland en Schotland, en ook in de Oostzee rond Denemarken en Zweden.

Het eiland Amrum

Amrum behoorde vanaf de vijftiende eeuw tot het Bisdom Ribe in Denemarken en was tot 1864 een Deense koninklijke enclave. Amrum kwam na de Tweede Duits-Deense Oorlog in 1864, samen met Sleeswijk, onder gezamenlijk Oostenrijks-Pruisisch bestuur en behoorde 60 jaar na 1867 tot de Pruisische provincie Sleeswijk-Holstein. Tijdens een referendum in 1920 sprak een ruime meerderheid van de bevolking zich uit om bij het Duitse Rijk te willen blijven. Vandaar dat de Deens-Duitse grens sindsdien noordelijker ligt dan voor 1864. Op Amrum had Willem een onbezorgde jeugd die in het teken stond van het eilandleven, de Wadden en de zee.

Omslag van het boek
Omslag van het boek

Een boek

Zijn jeugd op het eiland en de vele vaartochten met de Johanna waren voor Willem de aanleiding om zijn ervaringen vast te leggen in een boek dat nu bij de drukker ligt. Hoofdzakelijk geschreven in het Duits, afgewisseld met stukjes in het eigen Noord-Friese dialect en Nederlandse termen als het om het schip gaat.
Ruempler vat het zelf in het kort zo samen: `Achter de boektitel JOHANNA von AMRUM verschuilen zich niet alleen een schip en het eiland Amrum, maar ook onlosmakelijk met elkaar verweven verhalen en romances op het eiland. Afkomstig van en verbonden met de zee, het eiland en voorouders, verteld met Friese en Nederlandse accenten. Gevormd en opgegroeid in een grote vrijheid die vandaag de dag nauwelijks meer voor te stellen is. In een klein Fries eilanddorp in de Amrumse duinen, aan de kant van het Kniepsand, op het wad, op en in het water.' 
`Het Fries is mij met de paplepel ingegoten. Als taal, niet alleen voor de belangrijke dingen van het dagelijks leven, maar ook als bescherming en beschutting tegen de machten van het vasteland van het naoorlogse Duitsland, dat toen geworteld was in het nazisme.'
In het boek komt alles aan bod, Het begint met de geschiedenis van het leven op het eiland, de mensen en de wereld daaromheen. Daarna schrijft Willem uitgebreid over het schip en zijn ervaringen ermee, in een vaargebied vergelijkbaar met die van de laatste vissende hoogaarzen. De monding van de Westerschelde, met de zandbanken uitstromend in de Noordzee, die bekend staat om haar regelmatig onrustige vaarwater. Het is een leerzame lofzang geworden op een oude jeugdwens.

Verhalen zijn altijd welkom

Binnen de SSRP zijn we heel blij met deze initiatieven. Er kunnen niet genoeg verhalen aan het papier worden toevertrouwd. Ze kleuren de geschiedenis in van de schepen die ons zo dierbaar zijn. Zo kregen we onlangs een exemplaar van een boek over de Klipper Lichtstraal met haar rijke geschiedenis. Veel zeeverkenners hebben hierop prachtige avonturen beleefd, ze zijn opgetekend door Everard Peter van Emmerik, oud-schipper. Wij hopen dat er nog veel meer van dit soort verhalen volgen! Wij zorgen voor een mooie digitale presentatie. Er is een verschil tussen schrijvende zeilers en zeilende schrijvers, maar... oefening baart kunst!

Jan Eissens, Stamboekbeheer SSRP

pdf Spiegel der Zeilvaart november 2025 nummer 9: Boek Hoogaars Johanna von Amrum

Terug naar vorige pagina