BU9

BU9

De BU9 is in 1910 als BU38 in de vaart gekomen. Opdrachtgever was Lammert Duijst uit Spakenburg. De botter is gebouwd op de werf van de Gebr. Schaap in Huizen. De botter heeft altijd Spakenburg als thuishaven gehad. Gevist werd op haring, bot, ansjovis en aal met haringfuiken, haringschakels, botsleepnetten, wonderkuil en dwarskuil. Het schip heeft tot 1965 gevist en was een van de twee laatste, vanuit Spakenburg op de zeilen vissende botters. In 1930 werd de eerste motor, een A-ford, in het achterste ruim geplaatst. Na een T-Ford en een Deutz zorgde een 40 pk Mercedes OM636 dat ze de haven in- en uitkwam.

In het Overzicht van in het Stamboek ingeschreven jachten, die nooit een plaquette hebben gekregen (uit de jaren-70 van de vorige eeuw) staat het volgende: Botter BU9, 14,5m, eikenhout, Gebr. Schaap, Huizen 1910, eig. Lammert Duyst Stz, Spakenburg (BU38).
Later is het schip ingeschreven in het Stamboek met plaquette 2426.

Eigen website

Eigenschappen

Plaquette nummer:2426 Zeil nummer:
Categorie:A Tekening nummer:
Type:Botter

Bouw

Bouwjaar:1910 Ontwerper:Gebr. Schaap
Werf:Gebr. Schaap Werf plaats:Huizen
Motor: Motor type:
Materiaal romp:Eikenhout Materiaal kajuit:
Materiaal zeil:Dacron
Onderwaterschip: Kiel:

Afmetingen

Lengte stevens:14,50 m Breedte berghout:4,50 m
Diepgang:0,90 m Masthoogte water:0,00 m
Oppervlakte grootzeil:0,00 m2 Oppervlakte fok:0,00 m2
Oppervlakte botterfok:0,00 m2 Oppervlakte kluiver:0,00 m2
Oppervlakte totaal:0,00 m2 Oppervlakte overig:0,00 m2

Register Varend Erfgoed Nederland

Registratie nummer:157 Registratie datum:01-01-2025
Geregistreerd als:Varend Monument®

Tot nu toe bekende eigenaren en namen van het schip

1910 – 1935 Lammert Duyst Stz, Spakenburg ( BU38)
1935 – 1937 Pieter Baas, Spakenburg ( BU9)
1937 – 1945 Hendrik Baas en Jan Koelewijn, Spakenburg ( BU9)
1945 – 1965 Jan Koelewijn, Spakenburg ( BU9)
1965 – 1965 C. Korlaar (Kees Katjesoor), Spakenburg ( BU9)
1965 – 1965 Willem Hartog, Spakenburg ( BU137)
1965 – 1966 Evert Verkerk ( BU9)
1966 – 1969 ( BU9 'Vrouwe Hillegonde')
1969 – 1987 J. v.d. Kolk, Best ( BU9)
1987 – 2019 Cees Dekker, Obdam ( BU9)
2019 – Nu (laatst bekend) Stichting Varende Monumenten, Eemdijk ( BU9)

Geschiedenis

1910

1910

1910: Lammert Duyst BU38 (geb. 24 maart 1870)

BU38 in de haven van Spakenburg
BU38 in de haven van Spakenburg

De huidige zuidwalbotter BU9 werd in 1910 op de werf van Schaap in Huizen gebouwd in opdracht van Lammert Duyst Stz, een Spakenburgse visser. De visserijvergunning van Lammert Duyst stond geregistreerd in Bunschoten onder nummer 38 dus kreeg zijn nieuwe botter het visserijnummer BU38. Met zijn zoon Peter als compagnon viste hij op de toenmalige Zuiderzee op haring, ansjovis, bot en aal met haringfuiken, haringschakels, botsleepnetten, wonderkuil en dwarskuil.
Na de afsluiting van de Zuiderzee door de aanleg van de afsluitdijk tussen 1927 en 1932, liep de visserij sterk terug. De gemiddelde wekelijkse inkomsten bedroegen in 1930 - f 44,- en in 1932 nog maar f 27,-. Door Lammert Duyst werd daarom een aanvraag gedaan om tegemoetkoming wegens waardevermindering  als bedoeld in artikel 6a van de  Zuiderzeesteunwet; "Bij ontstentenis van trekvisch als gevolg van de afsluiting der Zuiderzee en daardoor geen verdiensten voor levensonderhoud".
Hiervoor werd de botter BU38 op 7 maart 1932 als volgt door de Generale Commissie Zuiderzeesteunwet geïnventariseerd: Een botter, kielvaartuig, gebouwd in 1910 onder nummer BU38, bruto inhoud 64 m³, zonder motor met als ligplaats Spakenburg.
Duyst kreeg een geldelijke tegemoetkoming in het kader van de Zuiderzee steunwet van f 5,- per week tijdens de zomer en f 10,- gedurende het winterseizoen. Na de afsluiting van de Zuiderzee wordt het vissen met de wonderkuil verboden. In het voorjaar van 1935 gaat Lammert Duyst van boord en vaart zijn zoon Peter als schipper. Na het visseizoen van 1935 beëindigt Lammert Duyst zijn bedrijf. In een brief aan de Steuncommissie schrijft hij: 
"Weledele, Met dezen deel ik U mede dat ik de botter verkocht heb, en dus mijn bedrijf eindig. En wel om de volgende redenen: ten eerste: omdat ik binnenkort voor groote onderhoudskosten zou komen te staan, en de visscherij niet zoveel oplevert om die te kunnen betalen. Te minder daar ik den 66 jarigen leeftijd al bereikt heb. En ten tweede omdat mijn zoon en medeschipper met wien ik 20 jaar gevischt heb de botter van zijn schoonvader krijgt met wiens eenigst kind hij gehuwd is".

1935

1935

1935: Peter Baas BU9 (geb. 28 augustus 1877)

De botter werd op 16 december 1935 verkocht aan de Spakenburgse visser Peter Baas en werd daarbij overgenummerd als BU9. Peter Baas  had in Spakenburg de bijnaam Peet Leun. Hij viste met zijn zoon Hendrik Baas en met Jan Koelewijn als knecht op bot, aal en spiering met botsleepnetten, fuiken, wonderkuil, dwarskuil en hoekwant. Jan Koelewijn viste hiervoor buiten de dijk met de botter BU12 van zijn vader.
Ziin vader, G Koelewijn, schrijft hierover naar de Rijksdienst: 
"Zoon Jan voert voor eigen rekening de visscherij op de wadden uit. Vader staat die weken gratis zijn botter [BU12] af. Zijn compagnon is J. Hopman [BU87] deze zorgt voor zeilen en kabels enz. Visscherij wordt alleen maar uitgevoerd in het voorjaar op de haring, knecht is Hendrik Baas".

In 1937 werd de kuilvisserij beneden de lijn Volendam-Doornspijk verboden. Voor de BU9 werd daarom, in combinatie met de BU147 een fuikebeug gekocht. De BU9 viste dat jaar samen met de BU147 van schipper T. de Graaf (bijnaam "De Lupert") op fuikaal en tevens op kuilaal. De vangst werd gelost in Spakenburg, een enkele keer in Harderwijk. Vanaf juli werd alleen nog met hoekwant gevist.
20 augustus 1937 stopte Peter Baas met vissen.

De BU9 met kuil te drogen voor de helling in Spakenburg ca 1950
De BU9 met kuil te drogen voor de helling in Spakenburg ca 1950

1937

1937

1937: Hendrik Baas BU9

De BU9 vaart de haven van Spakenburg uit
De BU9 vaart de haven van Spakenburg uit

De vergunning van Peter Baas ging over naar zijn zoon Hendrik Baas (geb.26 juli 1906), die met Jan Koelewijn als schipper ging varen. De botter hield daardoor haar visserijnummer BU9 en werd een gezamenlijk eigendom van Hendrik Baas en Jan Koelewijn. In de botter werd boven het achterste ruim een 10 pk Ford T benzine motor, 4 cyl. bouwjaar 1930 geplaatst.
Gedurende het visseizoen in 1939 komt Peter Baas terug aan boord bij zijn zoon Hendrik, omdat Jan Koelewijn wordt opgeroepen voor militaire dienst.
Peter Baas schrijft hierover aan Rijksdienst:  
"Mijne Heeren met het oog op de militaire maatregelen welke door de Regeering genomen zijn moest mijn zoon zijn kameraad in dienst, en met het oog bij gebrek aan volk zou ik zelf weer naar zee, tot zoo lang zijn kameraad wederom thuis is. Beleefd verzoek ik u in de loop van de week mij te willen berichten, hoeveel er van mijn geldelijke tegemoetkoming af getrokken word. Om reden die vrouw welke haar man in dienst is mij dit terug betalen moet. Want naar zee gaan en geld toegeven gaat niet op".
In de oorlogsperiode bleef de botter in Spakenburg. In mei 1940 werden de inwoners van Spakenburg voor korte tijd geëvacueerd naar Enkhuizen, de vissers bleven met hun schepen doorvissen.

In 1942 werd voor de BU9 een vergunning afgegeven voor visserij op het IJsselmeer met dwarskuil en snoekbaarsnetten. Op de inventarislijst stonden 5 katoenen kuilnetten, aanschafprijs f 350,- per stuk en 8 linnen snoekbaarsnetten van f 100,- per stuk. Tijdens de oorlogswinter 1944-45 werden de botter ingezet om aardappels te varen uit NW-Overijssel en Drente en kool uit Andijk (Noord-Holland).

In zijn boek "Van gaand en staand want" deel III, schrijft Peter Dorleijn hierover:
In de hongerwinter van 1945 is een deel van de Bunschotervloot ingezet om voedsel vanuit het noorden van ons land naar Spakenburg te varen. Het ging hier om landbouwprodukten als kool, erwten en bonen, maar vooral ook om aardappels. Deze produkten waren in de eerste plaats bestemd voor de eigen gemeente. Weliswaar ligt Bunschoten-Spakenburg in het platteland, maar omdat daar bijna uitsluitend veeteelt bedreven werd, ontstond er toch een kritieke situatie in de voedselvoorziening. Hoewel er aan het varen zekere risico's verbonden waren, bijvoorbeeld beschieting door geallieerde vliegtuigen, bestond er onder de vissers voldoende animo voor omdat het hen vrijwaarde van de "Arbeitseinsatz". Het initiatief voor de voedselvaarten ging uit en vond plaats onder auspiciën van de Vebena, terwijl ook de visserijvereniging deelnam in de organisatie. De eerste reizen werden omstreeks februari 1945 ondernomen. De vissers kregen soms op waar en wat ze moesten laden, vaak ook was het een kwestie van zelf op zoek gaan. Ze onderhandelden dan ook over de prijs, betaalden en rekenden na afloop van de reis met de organisatie af. De meeste reizen gingen naar de kop van Overijssel, Friesland en Drenthe. Enkele ook naar West Friesland, waar in Broekerhaven en Medemblik ook wel eens een vrachtje georganiseerd kon worden. 

Jan Koelewijn laadde een aantal malen in Medemblik; hoe hij daar een keer een partij kool bemachtigde is een schitterend verhaal.
's Middags waren we door de sluis in Medemblik gegaan, dus we leien al in 't kanaal, maar niks te krijgen. 's Morgens stormde 't uut 't zuudwesten en toen kwamen die koolbootjes van Opperdoes af, denk ik, want er lag een lichter in de haven die most kool laojen. 
De bootjes waren zo vol gelaojen, die lagen zo an 't water. Wie lagen daar met twee botters, de kont aan de wal en de kop een beetje af. Daar in dat kanaal daar sting nog een aardig kabbelzeetje en wie zaten op de plecht met ons drieën. Ik zeg tegen m'n sjoonvader: "Kiek es, die zinkt." En die kerel die stuurde 'm op de wal, die sprong d'r uut vanzelf. En eventjes later nog één en nog één, die sloegen zo vol water en die zonken. Maar die kool bleef allemaal drijven en dreef zo op ons an, zo tussen ons en de wal. En daar kwamen die lui die op die bootjes waren. "Ja, wat moet je daarmee", zei ik. "Ze moen naar Medemblik", zei die, "daar leit een lichter voor ons." Ik zeg: "Als je ze hier vandaan dragen moet naar Medemblik ben je ook nog niet klaar. Verkoop ze aan mij, man, ik wil ze graag hen." "Ja jonge, dat kan niet." Ik zeg: "Wat kan niet? Tegenwoordig kan alles niet en kan wel. Als je ze ming verkopen dan vissen we ze zo op." En we maakten 't akkoord; ik geloof dat ik voor een dikke honderd gulden de hele bubs kocht. De kool was vermoedelijk voor de Wehrmacht bestemd en het was zaak om onopgemerkt de haven te verlaten. Diezelfde avond gingen de botters nog door de sluis en de volgende dag om een uur of twee in de morgen zeilden ze Medemblik uit. 's Avonds kwamen ze zonder problemen in Spakenburg. Jan Koelewijn: "D'r waren d'r hier mooi blij mee, dat we zo'n vrachtje hadden."

De meeste botters beschikten in die tijd al wel over een hulpmotor, maar brandstof was er niet dus alles moest op de zeilen of, zoals bij lange tochten het binnenland in, trekken.
Jan Koelewijn: "We ben nog es aardappels gaan halen, toen was Jan Giepie [Jan Hopman] en Roelof Meester ook bie ons. Met z'n drieën kregen we opdracht van de voedselvoorziening dat we 24 ton laoien mosten daar vlak bie Assen, in de Norgervaart, ieder 8 ton. Nou, toen hewwe nog 3 ton voor ons eigen gekocht, die hewwe zo veur in de kooi gestort. Maar we leien behoorlijk diep, met de stuit an. Ik zeg: "Jonge, als d'r wind komt; dat staat er mooi voor." Maar afijn, we ben weggegaan en we waren aardig gelukkig, want toen we heen gingen was de wind zuud-west en terug hajje een barre noordwester. We kwamen er die dag nog verscheije tegen, die moesten 't hele kanaal trekken. Via Genemuiden en 't Sjokkerkanaal, langs de Noordoostpolder, voeren we weer naar huis toe.

Maar hoewel Jan bij al die tochten aardig gelukkig was met de wind, moest hij laatstgenoemd kanaal, dat officieel de naam Ramsgeul draagt, ook een keer oplaveren.
Jan Koelewijn: "Toen was 't hele kanaal in de wind, hewwe vuuf of zes uur gelaveerd, nou, dan wordt 't op 't lest raar voor je ogen! Je kunt net gang maken en dan moet je direct door-de-wind, want aorst loop je zo in de stenen. Nou was je met z'n drieën, dat sjeelde vanzelf, dan kon je zelf altied bie 't roer blieven. Want ja, je han alles vol eerepels, dat was niet zo makkelijk. M'n sjoonvaoder was ook een keer bie ons, maar effies te krap, en daar zat ie in de stenen; we hen 'm terug uut d'r weer af'etreuken. En d'r is d'r ook nog één gezonken die tied, dat was de 114; in de stenen, en door z'n vlak heen.
De aardappels werden in hokken op de deken gestort, maar ook in de bun. "Dat gaf niks, want of ze nat waren dat hinderde niet, ze bedorven niet want daar han ze gien tied veur." 
Op 21 maart 1946 kreeg Hendrik Baas een baan aan de wal, op de steenfabriek De Eem, ("eigenlijk is het NV Oerietfabriek want er werden ook veel aanrechten gemaakt voor het buitenland").

1947

1947

1947: Jan Koelewijn BU9

De BU9 in de visserij
De BU9 in de visserij

Jan Koelewijn (geboren op 6 maart 1907), bijnaam: “Jan Bal”, ging vissen met Peter de Graaf (vroeger BU85). Hij viste in het voorjaar op snoekbaars en kuilde vanaf april. In januari 1947 nam Jan Koelewijn de visserijvergunning en de botter BU9 over van Hendrik Baas.
In juli 1951 werd de T-Ford wordt vervangen door een 20 pk A-ford. In 1960 werd deze motor weer vervangen door een 2e hands 40 pk Deutz ruwolie motor.
Jan Koelewijn stopte in september 1963 met vissen en wordt havenarbeider in Amsterdam. Per 1 juni 1965 werd zijn visserijvergunning gereserveerd en per 1 juni 1966 definitief ingetrokken.

1965

1965

1965: Willem Hartog BU9 / BU137

De botter BU9 werd op 29 maart 1965 verkocht via C.Korlaar (bijnaam: Kees Katjesoor) aan Willem Hartog (geb.19 september 1912) bijnaam Kromme Willempie. Deze viste onder vergunning BU 137 maar liet het visserijnummer BU9 op de botter staan. Willem Hartog heeft één seizoen met de BU9 gevist om in aanmerking te komen voor de Zuiderzeesteun.
Eind 1965 verlaat Willem Hartog de visserij en levert zijn vergunning in. Op 13 december 1965 ging de botter definitief uit de visserij. De BU9 was één van de twee laatste, vanuit Spakenburg op de zeilen, vissende botters.

2018

2018

2018: Restauraties vanaf 1987

Het verslag van de restauraties is te vinden op de eigen website van de BU9.

JaarUitgevoerde Werkzaamheden / Vernieuwde Onderdelen
1987Deken, mast en mastkoker, twee leggers, een zitter
1988 Stuurboord berghout met voor- en achterstuit
1989 Kluiverboom, hoofdbeschot, 'spintje' en verdere inrichting
1990 Bakboord berghout met voor- en achterstuit, zwaardklamp, pootjes op de doft
1991 Vlak, kimgangen, pannekoekslegger, 3 banden, 3 oplangers en 4 zitters(voorschip), 2 banden (achterschip) en beide hoofdschotten
1993 Braadspit en de schelpen, laningen in het vooronder en het achterschip, treeplanken
1996 Achtersteven, alle huidgangen aan stuur- en bakboordzijde (achterschip), schroefkoker, schroefas, 6 achterhouten, 2 banden en 1 legger (achterschip), fundatie en de bak onder de motor
1998 Stuurboord buiten-boeisel, de voorsteven, alle gangen boven de kimgang, 3 banden, de onderkrop, 6 oplangers en 2 zitters aan bakboord, eerste gang aan stuurboord
1999 Zeilwerk, mastkoker, waterbalk, boeisel en kromboord bakboord achterschip
2000 3 gangen, 6 oplangers, 2 knieën stuurboord voorschip, 1 dekenpoot, boeisel en boord bakboord voorschip
2002 Nieuwe motor, keerkoppeling, schroef, schroefas, druklager en homokineet
2004 2 lijfhouten, 2 dekendelen, 5 dekenpoten, 2 tussenschotten, 1 huidgang, kaarplaatplanken, motorsteunen verstevigd, deknaden gerubberd
2005 Schildboord, bolder en boeisel
2007 Kimgangen bakboord en stuurboord voorschip, achterboeisel
2009 Nieuwe mast, achterdeel mastkoker
2011 Sluitgang, vlakpunt en een vlakdeel aan stuurboord voorschip, nieuwe kluiverboom
2013Bak- en stuurboord berghouten, boeisels met stootklampen en zwaardklampen, stuurboord vlakdeel, boord met klampen en zwaarddop, kromboord, bovendeel van de achtersteven
2014 Bakboord zwaard
2015Dekendeel, het bakboord voorboeisel, beretand en een vlakpunt aan bakboord voorschip
2016 Nieuwe giek, kimgang stuurboord voorschip vernieuwd
2018 Legger in achterschip vernieuwd

2025

2025

2025: Foto's Botter BU9

We zijn zeer geïnteresseerd in uw opmerkingen en/of vragen over dit schip. Stuur ze ons!

Terug naar het overzicht