Triton
Verdwenen
Dit schip diende jarenlang diverse schippers. Ruim dertig jaar wordt het schip als vissersschip TH2 op de Zeeuwse wateren ingezet. Daarna wordt de Triton in gebruik genomen door de visserijpolitie in Antwerpen. Vanaf 1941 wordt zij gebruikt voor de pleziervaart. In 1976 komt het schip weer in Nederlandse handen en wordt het regelmatig op de Zeeuwse wateren gesignaleerd.
In de tijdlijn zijn alleen die gegevens verwerkt die op basis van documenten kunnen worden geverifieerd.
Helaas volgt er in de jaren negentig van de twintigste eeuw een periode van achteruitgang in onderhoud en gebruik. De kajuit wordt gesloopt en de Hoogaars is niet langer zeewaardig.
Sinds 2004 is de Triton eigendom van de Stichting Behoud Hoogaars. In 1986 heeft dit schip op de watersporttentoonstelling HISWA gestaan om de watersport in Zeeland te promoten.
Eigenschappen
| Plaquette nummer: | 1046 | Zeil nummer: | VB43 |
|---|---|---|---|
| Categorie: | V | Tekening nummer: | |
| Type: | Hoogaars |
Bouw
| Bouwjaar: | 1902 | Ontwerper: | |
|---|---|---|---|
| Werf: | Werf plaats: | ||
| Motor: | Inbouw | Motor type: | |
| Materiaal romp: | Eikenhout | Materiaal kajuit: | |
| Materiaal zeil: | Dacron | ||
| Onderwaterschip: | Kiel: |
Afmetingen
| Lengte stevens: | 13,30 m | Breedte berghout: | 4,40 m |
|---|---|---|---|
| Diepgang: | 0,80 m | Masthoogte water: | 14,00 m |
| Oppervlakte grootzeil: | 0,00 m2 | Oppervlakte fok: | 0,00 m2 |
| Oppervlakte botterfok: | 0,00 m2 | Oppervlakte kluiver: | 0,00 m2 |
| Oppervlakte totaal: | 0,00 m2 | Oppervlakte overig: | 0,00 m2 |
Tot nu toe bekende eigenaren en namen van het schip
| 1918 – 1930 (Oestervisserij) | B.W. Schot en Cie. , Tholen ( TH2) |
|---|---|
| 1930 – 1935 (Oestervisserij) | J. Willemsen, Yerseke ( TH2) |
| 1935 – (Direct verkocht aan de visserijpolitie??) | K. de Groot, Antwerpen |
| 1941 – 1946 (Recreatie, RYCB ledennummer 577) | Frederic Sheid ( Triton) |
| 1946 – 1976 | R. van de Broek, Antwerpen ( Triton) |
| 1976 – 1996 | R. Kotoun, Zierikzee ( Triton) |
| 1996 – 2006 | P. Rinkes, Groningen / Pesse ( Triton) |
| 2010 – 2013 | Stichting Behoud Hoogaars, Goes ( Triton) |
Geschiedenis
1918
1918
1918: Inschrijving visserijregister, oestervisserij
Afkomstig uit de vrachtvaart, werf en bouwdatum onbekend. Eigenaar Oestermaatschappij B.W. Schot en Cie. te Tholen.
1930
1930
1930: Verkoop aan J. Willemsen, Yerseke
Medevennoot van de oestermaatschappij.
1935
1935
1935: Verkoop aan K. De Groot, Antwerpen
Volgens overlevering direct verkocht aan de visserijpolitie, niet geverifiëerd / gedocumenteerd.
1941
1941
1941: Nieuwe eigenaar Frederic Sheid
Nieuwe eigenaar Frederic Sheid.
Ingeschreven bij de RYCB onder nummer 577.
1946
1946
1946: Nieuwe eigenaar R. Van de Broek, Antwerpen
Antiquair.
1976
1976
1976: Nieuwe eigenaar R. Kotoun, Zierikzee
Diverse restauraties, gezonken in haven Veere.
1996
1996
1996: Nieuwe eigenaar P. Rinkes, Groningen
Naar scheepswerf Bϋltjer (Ditzum (D)) voor restauratie (niet gerealiseerd). Te koop aangeboden 2001
2005
2005
2005: Aangekocht door Stichting Behoud Hoogaars, Arnemuiden
2006
2006
2006: Opgesteld op de Historische Scheepswerf C.A. Meerman, Arnemuiden
In afwachting van restauratie.
2013
29 september 2013
29 september 2013: Hoogaars Triton wordt geloopt
2015
25 februari 2015
25 februari 2015: Karel Koenen van de Stichting Behoud Hoogaars schrijft het volgende
Inderdaad is deze hoogaars in november 2013 door mij gesloopt. Na best wel langdurig en vaak overleg is besloten dat het echt niet gaat. 't Kostte zo'n 2 ton om te restaureren en dan zijn er binnen de Stichting Behoud Hoogaars niet genoeg mensen om 't schip te onderhouden én te varen.
Het doet eigenlijk wel zeer om heden ten dage een schip te slopen en 't kostte ook veel moeite. De Triton gaf zich niet zonder slag of stoot gewonnen. Er zijn nog wat significante delen bewaard gebleven en die hebben een plaatsje in de bouwloods van de Historische werf C.A.Meerman te Arnemuiden, ook onze thuisbasis voor de SBH. Het roer staat buiten als tafel, de zwaarden staan achter in de loods te wachten op n eventuele bestemming. De mast wordt een dezer dagen verbouwd voor de net vernieuwbouwde steekhengst 'Boreas'. Een zeer oude bronzen kikker is gisteren opgepoetst en op een stuk teak gezet, om te gaan gebruiken voor een wisselprijs.
5 september 2015
5 september 2015: Model van de Hoogaars 'Triton' van de heer J.A. Holleman
2025
oktober 2025
oktober 2025: De Jachthoogaars 'Triton' in het tijdschrift "Ruimschoots" geschreven door Peter Hamer
Het is voor de meeste liefhebbers van het maritiem erfgoed geen geheim dat van veel grote hoogaars-jachten een deel van de geschiedenis is geschreven in België, vooral in Antwerpen. Voor de Triton geldt hetzelfde.
Diverse publicaties, waaronder het boek "Op Hoop van Zegen" over de Thoolse visserij (Ede, 2016) verhalen min of meer uitgebreid de geschiedenis van de Triton. Het schip zou gebouwd zijn op de werf "Zeelandia" van Van Duivendijk in Tholen in 1902. Maar zoals bij zoveel oude en/of verdwenen hoogaarzen zijn werkelijkheid en overlevering met elkaar verweven tot een plausibel verhaal, waarvan de feiten niet altijd gedocumenteerd onderbouwd kunnen worden. Geschiedenis, wat blijkt?
Volgens de bouwlijst in het boek "Liefst eigen baas" over het scheepsbouwersgeslacht Van Duivendijk, zijn er in 1902 op de werf "Zeelandia" vier hoogaarzen gebouwd, waarvan twee met dezelfde afmetingen als de latere Triton. Een daarvan, de TH60, heeft tot na de oorlog voor dezelfde eigenaar gevaren, en komt dus niet in aanmerking. De andere is gebouwd voor P.C. Pols in Yerseke, en heeft tot 1931 als YE26 gevaren. Geen van beide kan daarom de latere Triton zijn geweest.
De in de bouwlijst vermelde TH2, gebouwd in 1903 als "open hoogaars" met de naam Op en Neer en in het boek aangeduid als Triton, werd gebouwd voor rekening van B.W. Schot en ingeschreven in het visserij register als Eben Haezer in 1911. Deze hoogaars werd uitgeschreven in 1917 als "gebezigd in de vrachtvaart".
In het boek "Op Hoop van Zegen" over de Thoolse visserij wordt een tweede TH2 vermeld, die op 23 juni 1918 werd ingeschreven voor de oestervisserij. De eigenaar was het mosselbedrijf B.W. Schot en Cie te Tholen. Op 24 oktober 1918 werd de registratie aangepast met de aantekening : "ex-vrachtvaart".
Dat verklaart vermoedelijk de verwarring: vaak wordt verondersteld dat dit hetzelfde schip is als de Eben Haezer, die een jaar eerder werd uitgeschreven. Maar deze TH2 had een inhoudsmaat van 49 m3 bruto en 22 m3 netto, en de tweede, afkomstig uit de vrachtvaart, werd volgens de registerkaarten gemeten op 55 tegen 12 m3. Het gaat hier dus om twee verschillende schepen, in tegenstelling tot wat tot dusver werd aangenomen.
Waar de Triton werd gebouwd en wanneer, is uit de beschikbare documentatie niet met zekerheid te achterhalen. Het vrachtvaartverleden is niet terug te vinden zonder een scheepsnaam, eigenaar of een registratienummer. Het schip is zeker van na 1900, gezien de ronde lemmerkont. Er zijn in de periode 1900-1905 meerdere hoogaarzen gebouwd van ongeveer dezelfde afmetingen op andere Van Duivendijkwerven, zoals in Bruinisse en in Zierikzee, maar het is niet duidelijk of één daarvan in aanmerking komt als de latere Triton.
Het is voor de meeste liefhebbers van het maritiem erfgoed geen geheim dat van veel grote hoogaarsjachten een deel van de geschiedenis is geschreven in België, vooral in Antwerpen. Voor de Triton geldt hetzelfde.
Diverse publicaties, waaronder het boek "Op Hoop van Zegen" over de Thoolse visserij (Ede, 2016) verhalen min of meer uitgebreid de geschiedenis van de Triton. Het schip zou gebouwd zijn op de werf "Zeelandia" van Van Duivendijk in Tholen in 1902. Maar zoals bij zoveel oude en/of verdwenen hoogaarzen zijn werkelijkheid en overlevering met elkaar verweven tot een plausibel verhaal, waarvan de feiten niet altijd gedocumenteerd onderbouwd kunnen worden.
Volgens de bouwlijst in het boek "Liefst eigen baas" over het scheepsbouwersgeslacht Van Duivendijk, zijn er in 1902 op de werf "Zeelandia" vier hoogaarzen gebouwd, waarvan twee met dezelfde afmetingen als de latere Triton. Een daarvan, de TH60, heeft tot na de oorlog voor dezelfde eigenaar gevaren, en komt dus niet in aanmerking. De andere is gebouwd voor P.C. Pols in Yerseke, en heeft tot 1931 als YE26 gevaren. Geen van beide kan daarom de latere Triton zijn geweest.
De in de bouwlijst vermelde TH2, gebouwd in 1903 als "open hoogaars" met de naam Op en Neer, en in het boek aangeduid als Triton, werd gebouwd voor rekening van B.W. Schot en ingeschreven in het visserij register als Eben Haezer in 1911. Deze hoogaars werd uitgeschreven in 1917 als "gebezigd in de vrachtvaart".
In het boek "Op Hoop van Zegen" over de Thoolse visserij wordt een tweede TH2 vermeld, die op 23 juni 1918 werd ingeschreven voor de oestervisserij. De eigenaar was het mosselbedrijf B.W. Schot en Cie te Tholen. Op 24 oktober 1918 werd de registratie aangepast met de aantekening : "ex-vrachtvaart". Dat verklaart vermoedelijk de verwarring: vaak wordt verondersteld, dat dit hetzelfde schip is als de Eben Haezer, die een jaar eerder werd uitgeschreven. Maar deze TH2 had een inhoudsmaat van 49 m3 bruto en 22 m3 netto, en de tweede, afkomstig uit de vrachtvaart, werd volgens de registerkaarten gemeten op 55 tegen 12 m3. Het gaat hier dus om twee verschillende schepen, in tegenstelling tot wat tot dusver werd aangenomen.
Waar de Triton werd gebouwd en wanneer, is uit de beschikbare documentatie niet met zekerheid te achterhalen. Het vrachtvaartverleden is niet terug te vinden zonder een scheepsnaam, eigenaar of een registratienummer.
Het schip is zeker van na 1900, gezien de ronde lemmerkont. Er zijn in de periode 1900-1905 meerdere hoogaarzen gebouwd van ongeveer dezelfde afmetingen op andere Van Duivendijkwerven, zoals in Bruinisse en in Zierikzee, maar het is niet duidelijk of één daarvan in aanmerking komt als de latere Triton.