Johanna von Oevelgönne
Aart Klein was fotograaf van beroep in Amsterdam, aan de Amstel. Hij kocht in 1962 een aakje via Stofberg. Het aakje `Johanna', dat naar zijn vrouw is genoemd, is naast een schip ook een plaatje. Aart interesseerde zich voor de geschiedenis van het aakje. Het bleek ongeveer in 1920 bij Wildschut in Gaastmeer gebouwd en heeft in ieder geval jarenlang 64 melkbussen vervoerd. Verder weten we er weinig van, omdat de familie Wildschut naar Amerika is verhuisd (volgens Jan Brilleman zijn alle werfboeken verbrand). Voor in de boeg bevond zich een klein stalen dekje waaronder de schipper zijn keg en oliejas bewaarde. Hij voer van de ene boer naar de ander en wanneer het scheepje de 64 bussen torste, zeilde de schipper naar de melkfabriek.
De 'Johanna' is in 1962 gekocht als klein woonscheepje, liggend bij de Veenlustbrug in Assen. Scheepsbouwer Stofberg zag wel iets in de romp. Stofberg, die het klappen van de zweep kent (sinds 1793 bestaat een werf onder die naam), nam de romp goed onderhanden en bracht het schip in zijn oorspronkelijke staat terug. De deuken in de boeg, die ontstaan zijn door de vele aanvaringen met de kant, zijn er allemaal uitgehaald. Ze heeft een kajuit gekregen met een mooie vorm. Alles gemaakt met het juiste gevoel voor fraaie lijnen. Het is „een mooi spulletje" geworden, maar er bestond nog steeds onduidelijkheid over het scheepstype.
Eigenschappen
| Plaquette nummer: | 2424 | Zeil nummer: | |
|---|---|---|---|
| Categorie: | B | Tekening nummer: | Bedrijf |
| Type: | Workumer bol |
Bouw
| Bouwjaar: | 1921 | Ontwerper: | |
|---|---|---|---|
| Werf: | Gebr. Wildschut | Werf plaats: | Gaastmeer |
| Motor: | Motor type: | ||
| Materiaal romp: | Staal | Materiaal kajuit: | Hout |
| Materiaal zeil: | Dacron | ||
| Onderwaterschip: | Kiel: |
Afmetingen
| Lengte stevens: | 6,30 m | Breedte berghout: | 2,65 m |
|---|---|---|---|
| Diepgang: | 0,30 m | Masthoogte water: | 0,00 m |
| Oppervlakte grootzeil: | 13,60 m2 | Oppervlakte fok: | 4,20 m2 |
| Oppervlakte botterfok: | 0,00 m2 | Oppervlakte kluiver: | 0,00 m2 |
| Oppervlakte totaal: | 17,80 m2 | Oppervlakte overig: | 0,00 m2 |
Register Varend Erfgoed Nederland
| Registratie nummer: | 6078 | Registratie datum: | 05-12-2025 |
|---|---|---|---|
| Geregistreerd als: | Varend Erfgoed |
Tot nu toe bekende eigenaren en namen van het schip
| 1920/1921 – 1962 | ( Laatste jaren woonschip in Assen) |
|---|---|
| 1962 – 1996 | Aart Klein fotograaf, Amsterdam ( Vrouwe Johanna) |
| 1996 – 2011 | Familie Zachariassen, Schlei (D) ( Johanna) |
| 2011 – 2023 | Gesa Thönnessen, Hamburg (D) ( Johanna von Oevelgönne) |
| 2023 – Nu (laatst bekend) | Gesa Thönnessen en Caroline Höschle, Hamburg (D) ( Johanna von Oevelgönne) |
Geschiedenis
1962
1962
1962: Foto's 'Vrouwe Johanna' bij aankoop en verbouwing
1964
februari 1964
februari 1964: De Waterkampioen nr1117 - Eens een lelijke woonschuit - nu een mooi spulletje
In april van 1962 belde de heer Stofberg, Aart Klein op en vertelde hij dat hij iets had zien liggen in Assen, dat voor mij misschien geschikt zou zijn. Ook stond er in die tijd in een advertentie in De Waterkampioen: te koop ijzeren aakje (boeiermodel), afmetingen 6,30 bij 2,65 meter. Het bleek een lelijk woonschuitje te zijn met een onmogelijke opbouw. Maar scheepsbouwer Stofberg zag wel iets in de romp. De koop werd gesloten en een beurtschipper nam het woonschuitje mee op sleeptouw naar Amsterdam, waarna het met behulp van een sleepbootje naar Aalsmeer werd gebracht.
Brugwachter Leiseboer van de Veenlust-draai te Assen, waar het scharminkel lag, heeft eens voor mij geïnformeerd waar het scheepje vandaan kwam en wat het oorspronkelijk was. Het was beslist geen vissersscheepje, want er zat geen bun in. Het zou vroeger gebruikt zijn voor melkvervoer over de Friese meren. Waarschijnlijk is het in 1920 of 1921 gebouwd bij Wildschut in Gaastmeer, maar zekerheid heb ik daarover niet kunnen krijgen. Twee Friese tjalkschippers hadden een andere mening. Eén beweerde dat het een beurtschippertje is geweest en tussen verschillende Friese steden heeft gevaren; de ander dacht dat het dienst had gedaan als schip voor vissers (Een Fries visaakje?). In het scheepje was dan ruimte voor het opbergen van de netten en de vissers konden in het vooronder slapen als zij moesten wachten voor er met het binnenhalen van de netten kon worden begonnen.
Wij hebben het houtwerk netjes van de romp gehaald en daarna spijkervrij gemaakt. Het was echter niet meer geschikt om het voor de opbouw te gebruiken, waarvoor wij eiken en teakhout nodig achtten. Zo kwam dat hout tenslotte toch op de brandstapel terecht, want liefhebbers om er hakhoutjes van te maken voor de kachel bestaan niet meer. Stofberg, die het klappen van de zweep kent (sinds 1793 bestaat een werf onder die naam), nam de romp goed onderhanden en bracht het schip in zijn oorspronkelijke staat terug.
1995
juli 1995
juli 1995: Spiegel der Zeilvaart nummer 5 - Een fotograaf die van een witte aak en een zwarte zeemeermin houdt
Aart Klein is 85 jaar oud en fotograaf van beroep. Als je met hem praat is het net of je een fotoboek doorbladert. Een fotograaf of filmer is geen prater; ze maken beelden en die vertellen wat zij vinden. Zo praat hij ook over het aakje, dat hij dertig jaar geleden via Stofberg heeft gekocht. Het aakje `Johanna', dat naar zijn vrouw is genoemd, is naast een schip ook een foto.
Ik begon me te interesseren voor de geschiedenis van het aakje. Het is ongeveer in 1920 bij Wildschut in Gaastmeer gebouwd voor het vervoer van 64 melkbussen. We weten er verder weinig van, omdat de familie Wildschut naar Amerika is verhuisd (volgens Jan Brilleman zijn alle werfboeken verbrand). Voor in de boeg bevond zich een klein stalen dekje waaronder de schipper zijn keg en oliejas bewaarde. Hij voer van de ene boer naar de ander en wanneer het scheepje de 64 bussen torste, zeilde de schipper naar de melkfabriek. Bij Stofberg zijn de deuken in de boeg, die ontstaan zijn door de vele aanvaringen met de kant, eruit gehaald. In het Gaastmeer lag een eilandje waar onderduikers zaten. Als hij bij de boer melk ophaalde, bezorgde hij met het bootje daar meteen wat melk.' De oorlog komt vaak terug in de verhalen van Aart.
SdZ 1995 nr05 juli - Een fotograaf die van een witte aak en een zwarte zeemeermin houdt
2025
2025
2025: Foto's Boeieraakje 'Johanna von Oevelgönne'
Direk Huizinga schrijft het volgende over de 'Johanna von Oevelgönne'
De Johanna von Oevelgönne is onmiskenbaar van oorsprong een vissersscheepje: een Workumer- of Wieringer- of Enkhuizer bol, naar gelang de plaats waar ze werden gebouwd of de omgeving waar ze werden gebruikt. Weliswaar zonder bun, maar dat zegt niet zoveel. Staverse jollen hebben nooit een bun. De 'eelboot' EH112 had ook geen bun. Staat in het boek over de Anna Maria (EH112) (Anna Maria, haar geur van teer, taan en touwen en haar mannen). De 'Johanna', gebouwd in Gaastmeer is waarschijnlijk is aan de Friese kust gebruikt, vandaar de typering Workumer bol.
De stalen bollen hadden niet het knikje in de kim dat de houten wel hadden. De reden is, dat die knik in de kim moeilijk te maken was in een tijd dat schepen geklonken werden. Het was veel eenvoudiger de gangen rond te laten lopen, dakpansgewijs met de landen over elkaar. Het zal wel kloppen dat het bolletje gebruikt is om melkbussen op te halen. Daar is zo'n breed, plat scheepje heel geschikt voor.
Dat wil niet zeggen dat dit vanaf het begin het geval is geweest. Voor melk ophalen kan je net zo goed een stalen schouw gebruiken die veel goedkoper is. Stel dat deze Johanna aanvankelijk voor de visserij is gebruikt (op aal met fuiken, zoals de eelboten rond de Zuiderzee) en de visser ermee ophield in 1932. Dan kan dat scheepje zo overgaan naar de boerenscheepvaart. Bij de oral history is bij latere generaties dat begin als visaak nooit bekend geweest en wordt dus ook niet doorgegeven.
Wat mij wel wat verbaast is het kleine tuigje van krap 18 m2. Op zo'n zwaar scheepje is dat echt te weinig. Het heeft ongeveer de afmetingen van mijn jol en daar heb ik meer dan 30 m2 op gehad en dat kon die best hebben.
Over de bouw bij Wildschut is denk ik niets meer te vinden. 'De werfboeken zijn verbrand' zegt Jan Brilleman. Die Gebroeders Wildschut hadden permanent ernstige onenigheid. Toen ze uiteen gingen naar Amerika en naar Wijkel, bleef er een achter die wat houten jachtjes bouwde. Dat was 30 jaren nadat dit bolletje zou zijn gebouwd......