Wel aantoonbaar!

14-03-2026

Dat in Wikipedia een vraagteken gezet werd bij de veronderstelling dat de Lemster visaak ontwikkeld zou zijn uit de visaak van het Friese binnenwater, heb ik in mijn vorige verhaal (‘Niet te bewijzen!’, 23-02-2026) ter discussie gesteld. Op 11 maart reageerde Peter Tolsma uit Workum op dit verhaal met een e-mail naar mijn adres, die ik hier overneem vanwege de interessante inhoud.

De ‘boeier’ Dolfijn (ex De Heks) van R. Swart. De latere ‘Hekse’ van Peter Tolsma. Het beurtscheepje ‘De Heks’ is waarschijnlijk begin 1900 omgebouwd tot boeier.
De ‘boeier’ Dolfijn (ex De Heks) van R. Swart. De latere ‘Hekse’ van Peter Tolsma. Het beurtscheepje ‘De Heks’ is waarschijnlijk begin 1900 omgebouwd tot boeier.

Peter schrijft over het aakje ‘De Hekse’ waarmee hij vanaf 1997 heeft gevaren:

Beste Dirk,

In het laatste nieuws van de SSRP-website staat jouw verhaaltje "Niet te bewijzen" over de Lemsteraken en hun oorsprong. Zoals je wel zult weten is mijn scheepje "De Hekse" gebouwd bij van Goor te Kampen en één van de eerste Lemsteraken in wording! Je ziet hier de ontwikkeling van een binnenvaart visaak naar een kleine Lemsteraak. Het schip is expres zo gebouwd dat het vertrouwd was om er op de Zuiderzee mee te varen. Het diende namelijk als bestelwagen voor de beurtvaarder van Kampen op Amsterdam en deed wekelijks een rondgang langs de Overijsselse kustplaatsen en andere plaatsen langs de Zuiderzee, zoals Blokzijl, Vollenhove, Zwartsluis, maar ook Genemuiden en Kamperveen. Het had daartoe een mastplank waarin de dienst van Kempen op Amsterdam werd genoemd door het vermelden van het grote schip (een grote tjalk) en de beurtvaarder G.P. van der Veen. Dit bord is thans in het Fries Scheepvaart Museum. Mijn scheepje meet 7,67 m. bij 2,64 m. en heeft een diepgang van ongeveer 0,40 m. Daarbij is er een mast opgezet van 10,65 m. hetgeen over-hoog lijkt te zijn, maar het schip kan het hebben doordat ze zwaar gebouwd is (dikke inhouten etc,). Het gewicht is dan ook 7 ton hetgeen ik weet als gevolg van de belastingwetten die in 1872 nog golden. Waarschijnlijk weet je dit allemaal al wel, maar het is goed om te beseffen dat er al ontwikkelingen waren in de richting van de Lemsteraak rond 1870, doordat van een binnenvaart aak de kop en de kont verhoogd werden en de zeeg werd aangepast.

In één van je andere verhaaltjes ("Eigenzinnig vaarwater") laat je een foto zien van een soortgelijk scheepje dat is afgemeerd bij de het clubhuis bij de Kamperbrug. Je zegt daarbij dat het scheepje (wat grote gelijkenis vertoond met mijn Hekse) een plezierjacht is en de Duitse vlag voert. Ik meen dat dit scheepje eveneens bij Egbert van Goor is gebouwd (de andere werf in Kampen bouwde dit soort van schepen niet), duidelijk visserijkenmerken vertoond (veel stokken en rondhouten als bomen in de scepters) en niet de Duitse vlag voert, maar een Kampervlag van de visserijvereniging. Kortom de ontwikkeling van de zeegaande Lemsteraak was al op meer op plaatsen aan de orde maar is, naar grootte en uiteindelijke vorm bij de werven van Bos, en de Boer tot stand gekomen.

Tot zover, met vriendelijke groeten.
Peter

Standaardwerk ‘De Boeier’ van Ir. J. Vermeer

De geschiedenis van ‘De Hekse’ wordt uitgebreid beschreven door Ir. J. Vermeer in zijn standaardwerk ‘De Boeier’ (p. 337-341). Voor mijn thema is het relevant dat Peter de vanzelfsprekendheid aangeeft dat scheepsbouwers in die tijd een scheepje zeewaardiger maakten, door het meer zeeg te geven en steviger te bouwen. Dit aakje is in 1872 rond Kampen gebouwd als beurtscheepje op de Zuiderzee. Vermeer wijst op enige overeenkomsten met de vorm van de Vollenhoofse bol, die er inderdaad zijn. De Vollenhoofse bol staat echter bekend als creatie van Jan Kroese, ooit de scheepsbouwer aan de binnenhaven in Vollenhove. Die zou omstreeks 1903 een aakje hebben ontworpen dat ook wat weg heeft van een bottertje. Dat is dus dertig jaren nadat ‘De Hekse’ (bij E. Goor in Kampen?) is gebouwd. Of dit aakje van iets minder dan 8 meter lengte inderdaad 7 ton weegt, waag ik overigens te betwijfelen. Op het oorspronkelijke mastbord van het beurtscheepje staat weliswaar ‘GROOT 7 TON’, maar wat wordt daarmee bedoeld? Hoe is dat gemeten? Hoe rekende de fiscus in 1872? Daarmee hoeft niet de waterverplaatsing te zijn bedoeld. Waarschijnlijk betreft het een inhoudsmaat, zoals ook het geval is bij de gemeentelijke registratie van vissersschepen.

Kampen, ca. 1930? Een aakje bij het clubhuis voor de brug bij IJsselmuiden. Dit model vertoont inderdaad gelijkenis met de Hekse van Peter Tolsma.
Kampen, ca. 1930? Een aakje bij het clubhuis voor de brug bij IJsselmuiden. Dit model vertoont inderdaad gelijkenis met de Hekse van Peter Tolsma.

De imposante stadsbrug is gebouwd in 1872 en werd in 1940 opgeblazen om het Duitse leger tegen te houden. In iets eenvoudiger vorm werd de brug na de oorlog hersteld, in 1962 aangepast en in 1998 vervangen.

Peter refereert in zijn email ook aan de foto van een vergelijkbaar aakje, dat bovenstrooms van de stadsbrug van Kampen ligt, bij het clubhuis aan de kant van IJsselmuiden. Een fraaie foto van een aakje dat inderdaad veel weg heeft van ‘De Hekse’. Ik veronderstelde eerder dat dit een plezierjacht was en een Duitse vlag voer. Je kunt namelijk drie kleuren onderscheiden, van boven naar beneden zwart-‘grijs’- wit, wat dus heel goed zwart-rood-geel kan zijn. Van een vlag van de Visserijvereniging had ik nooit gehoord, dus ja, dat zou ook kunnen….., maar ik heb zo’n vlag niet op internet kunnen ontdekken. Kampen (en IJsselmuiden) hebben al vele jaren een vlag met twee kleuren in de lengte. Boven wit en onder blauw. Dat lijkt niet op de vlag op het roer van het aakje. Ook is het ongebruikelijk dat vissers op hun schip een vlag voeren op het roer. Dat kan bij het schieten en halen van de netten buitengewoon onhandig zijn. Platbodemzeilers weten zelf hoe kwetsbaar die vlag op het roer is in nauwe havens, als je weg wilt en er lange landvasten achter de vlag langs gehaald moeten worden. Vissers zijn echter praktisch. Die beginnen daar niet aan. Die zetten geen vlag achterop het roer. Het aakje heeft ook een driekleur in de masttop die ik echter niet goed kan plaatsen. Het zou de Nederlandse driekleur kunnen zijn….Dat de schipper ook diverse vaarbomen en stokken in de scepters heeft, vind ik weer niet zo raar. Dat was in de tijd dat er gevaren werd zonder hulpmotor niet verbazingwekkend.

Maar goed, ik was aangenaam verrast met de reactie van Peter en zie daarin vooral ook de bevestiging dat de bouw van dergelijke aakjes aan het einde van de 19e eeuw en het begin van de 20e eeuw niet het bijzondere ontwerp betrof van één enkele scheepsbouwer, maar gedragen werd door een gemeenschappelijk idee bij diverse scheepsbouwers in Friesland en de Kop van Overijssel hoe een praktisch werkscheepje voor de kustvisserij (of de beurtvaart) eruit kon zien.

Het aakje De Hekse in vol ornaat. (Foto: SSRP)
Het aakje De Hekse in vol ornaat. (Foto: SSRP)

Terug naar vorige pagina