Banjaard NZ1
De Hoogaars Banjaard NZ1 wordt in 1932 als visserman gebouwd op de werf van Van Duivendijk in Tholen, voor rekening visser Quelery uit Ter Neuzen. (Zie hierover ook Consent, voorjaar 1998 met foto's van de tewaterlating). Na de tewaterlating wordt het schip naar Yerseke gesleept waar bij de Motorfabriek Bakker een Industrie gloeikop motor van 12 pk wordt geïnstalleerd. De firma Van Poelje heeft het schip verder getuigd. De totale kosten bedroegen 3.500 gulden.
Uit de kaarten van het visserijregister in het Visserijmuseum in Vlaardingen blijkt dat de NZ1 op 25-2-1932 werd ingeschreven onder de naam "Adriana", een half gedekte platbodem met motor. Als eigenaar werd vermeld Quelery Jzn. De meting was 30 m3 bruto, 20 m3 netto. De motor was een 12 pk Industrie.
Eigenschappen
| Plaquette nummer: | 165 | Zeil nummer: | OB16 / HB16 / VB16 |
|---|---|---|---|
| Categorie: | A | Tekening nummer: | |
| Type: | Hoogaars |
Bouw
| Bouwjaar: | 1932 | Ontwerper: | Van Duijvendijk |
|---|---|---|---|
| Werf: | Scheepswerf Duijvendijk (Duivendijk) | Werf plaats: | Tholen |
| Motor: | Inbouw | Motor type: | |
| Materiaal romp: | Eikenhout | Materiaal kajuit: | Eikenhout |
| Materiaal zeil: | Katoen | ||
| Onderwaterschip: | Kiel: |
Afmetingen
| Lengte stevens: | 12,23 m | Breedte berghout: | 3,80 m |
|---|---|---|---|
| Diepgang: | 0,80 m | Masthoogte water: | 13,50 m |
| Oppervlakte grootzeil: | 47,55 m2 | Oppervlakte fok: | 34,28 m2 |
| Oppervlakte botterfok: | 0,00 m2 | Oppervlakte kluiver: | 0,00 m2 |
| Oppervlakte totaal: | 81,83 m2 | Oppervlakte overig: | 0,00 m2 |
Register Varend Erfgoed Nederland
| Registratie nummer: | 2530 | Registratie datum: | 17-03-2022 |
|---|---|---|---|
| Geregistreerd als: | Varend Monument® |
Tot nu toe bekende eigenaren en namen van het schip
| 1932 – 1946 | K. de Quelerij Jz, Terneuzen ( Adriana NZ1) |
|---|---|
| 1946 – 1947 | J.W. Knolle en J. Kousemaker, Arnemuiden ( Adriana) |
| 1947 – onbekend | B. Lels ( Meerman) |
| onbekend – onbekend | H.O. Horstmann, Wassenaar ( Vuilbaard) |
| onbekend – 1955 | A.C. van Wijngaarden, Schiedam ( Vuilbaard) |
| 1955 – 1958 | W.P.J.M. Pierrot ( Vuilbaard / Banjaard) |
| 1958 – 1969 | Dr. G. Bosschieter ( Banjaard) |
| 1969 – 1974 | Dr. C.F. Diesch, Raalte / Zwolle ( Banjaard) |
| 1974 – 1978 | H. Bloemers, Broek in Waterland ( Banjaard) |
| 1978 – 1983 | A.R. de Waal, Elburg ( Banjaard) |
| 1983 – 1990 | D.W. van Terwisga, Leeuwarden ( Banjaard) |
| 1990 – 1994 | S.P. Muys, Kortgene ( Banjaard) |
| 1994 – 2004 | P. Rinkes, Groningen / Pesse ( Banjaard) |
| 2004 – 2022 | C.M.F.A. van Hooft, Wijk en Aalburg ( Banjaard NZ1) |
| 2022 – Nu (laatst bekend) | J.E. Bosschieter, Leiden ( Banjaard NZ1) |
Geschiedenis
1932
1932
1932: De 'Adriana' NZ1 in het visserijregister
Het Visserijregister, dat 40.000 kaarten telt is online te bekijken op zuiderzeecollectie.nl. De afgelopen jaren zijn alle kaarten gescand overgetypt. Al deze scans en data zijn op zuiderzeecollectie.nl te bekijken en te doorzoeken. Volgens Kees Hendriks, sectorhoofd Collectie en Informatiebeheer van het Zuiderzeemuseum, brengt de digitalisering van de kaarten en het overtypen van alle handgeschreven details het vissersleven van de vorige eeuw weer tot leven. “De kaarten met details over vaartuigen, vangstsoorten en bijzonderheden zoals scheepsrampen en inbeslagnames zijn ook voor historisch en economisch wetenschappelijk onderzoek interessant.”
1940
1940
1940: Foto van de NZ1 nog in de visserij
1950
1950
1950: Foto's van de Hoogaars na 1950
1965
1965
1965: Foto's van de Hoogaars 'Banjaard'
1978
25 oktober 1978
25 oktober 1978: Brief met de geschiedenis van de hoogaars 'Banjaard' van oud eigenaar A.R. de Waal
Geacht Bestuur,
Gaarne geef ik hierbij gehoor aan Uw verzoek om nadere gegevens over de door mij aangekochte Hoogaars 'Banjaard' die bij U staat ingeschreven onder nummer 165.
Dit schip is gebouwd door de werf Duivendijk op Tholen. Bij mijn bezoek aan deze werf om nadere informatie over dit schip te krijgen heb ik met de bouwer Dirk van Duijvendijk een heel gesprek gehad. Deze vertelde mij dat het schip niet in 1936 maar in 1932 als garnalen visser is gebouwd voor iemand uit Terneuzen, maar hij kon zich de naam niet meer herinneren, zodat ik wel de letters NZ (Neuzen) maar niet het nummer kon achterhalen. Verder wist hij mij te vertellen dat het schip in 1936 tot jachthoogaars is verbouwd en dat het schip vanaf die tijd al bij zijn werf in onderhoud is geweest, waardoor hij kon instaan voor de staat van onderhoud.
Misschien is het aardig om nog te vermelden dat de boot als een van de eerste hoogaarsen met een gloeikopdiesel was gemotoriseerd. Tot zover een stukje historie en verder onderstaand nog de 'gevraagde gegevens:
- Naam de "Banjaard", zeilnummer VB16, type Hoogaars;
- TCF-meting 1.096 met een geldige meetbrief;
- Lengte 12,23mtr. Breedte 3,810mtr. Diepgang 0,90mtr.
- Gebouwd van eiken spanten en huidgangen.
- Ontwerper en bouwers Dirk en Melle van Duivendijk welke werf inmiddels door de kinderen is overgenomen.
Rest mij U nog te vermelden dat ik natuurlijk al in het bezit ben van het door Mr. Dr. T. Huitema geschreven boek. Misschien ie het voor U ook van belang te weten dat J. van Beylen een boek over de Hoogaars heeft geschreven wat door De Boer Maritiem is uitgegeven.
In de hoop U hiermede voldoende gegevens te hebben verstrekt verblijf ik met vriendelijke groet,
Aryan de Waal.
2005
juli 2005
juli 2005: SSRP bijlage Spiegel der Zeilvaart: De hoogaars Banjaard
In de afgelopen maanden is er een stevige restauratie uitgevoerd op de werf Joh. van der Meulen aan de Woudvaart te Sneek aan de hoogaars 'Banjaard'. Nadat we daar een kijkje namen, waren we van mening dat dit een goed voorbeeld is van een platbodem die sinds 1960 in onze bestanden voorkomt, en die nu weer voor een groot aantal jaren verzekerd is van haar voortbestaan in een goede staat van onderhoud dankzij uitstekend vakmanschap. Zoals veel van dit soort schepen kent deze hoogaars een rijk verleden en vertellen we u hier eerst iets over de geschiedenis ervan.
In 1932 wordt op de werf van Dirk van Duyvendijk op Tholen, door Dirk en Melis van Duyvendijk een nieuwe hoogaars gebouwd in opdracht van een garnalenvisser uit Terneuzen. Het schip krijgt als consentnummer TH29. Helaas heeft niemand ons iets kunnen vertellen over de opdrachtgever en over de eerste eigenaar van het schip. Daarmee was het ook niet mogelijk de registratiecijfers te achterhalen. Wellicht dat toekomstig archiefonderzoek door de huidige eigenaar daar nog eens verandering in brengt. De 'Banjaard' kan worden gekenschetst als een echte Tholense hoogaars met een lengte van 12,23 m en een breedte van 3,80 m, gaffelgetuigd. Tot 1938 werden op de Tholense werf van Van Duyvendijk veel hoogaarsen gebouwd, in totaal ongeveer 125 stuks. De laatste aldaar gebouwde hoogaars was de toenmalige 'Remcoline' thans 'Atalante' geheten.
De hoogaars is van oorsprong het meest karakteristieke vaartuig van de Zeeuwse wateren en werd gebruikt als vracht-, veer-, maar vooral als vissersschip. Het type komt al voor op een schilderij uit de eeuw en is mogelijk ontwikkeld uit de Middeleeuwse vrachtschepen zoals die op de bovenloop van de Maas in gebruik waren. Er zijn verschillende subtypen bekend, zoals de Vlaamse, de Arnemuidense, de Kinderdijkse en de Tholense hongaars. Vorm en bouwwijze daarbij verschillen op onderdelen behoorlijk van elkaar. Als gemeenschappelijk kenmerk hebben ze allemaal een plat vlak, druppelvormig met de ronde kant aan de voorzijde, ter hoogte van de mast de grootste breedte en onder de sterk vallende voorsteven het diepst stekend. In het achterschip zijn vlak en gangen sterk opgebogen. Sommige deskundigen verklaren de naam van dit scheepstype dan ook uit de "opgestoken" kont. De kimplaten buigen in de boeg naar boven en raken de voorsteven een heel eind boven het vlak, aldus een driehoek vormend. Er zijn drie overnaadse huidgangen aan elke kant. Het berghout verloopt van voor tot achter in een vloeiende vallende lijn en heeft, van achteren gezien, een kenmerkende, liggende S-vorm. De hongaars kent een zgn. vissend roer.
Al in 1936 wordt de hoogaars waar we het in dit stukje over willen hebben, uit de visserij gehaald en door Van Duyvendijk omgebouwd tot plezierjacht met registratienummer HB16. Wie daarbij de opdrachtgever was is helaas onbekend. Wel is bekend, dankzij de naspeuringen van de voormalige conservator van het Nationaal Scheepvaart Museum te Antwerpen; J. van Beylen, een autoriteit op het gebied van de kennis over de hongaarsen en schrijver van het standaardwerk 'De Hongaars', dat het schip sinds die tijd ook bij Van Duyvendijk in onderhoud is geweest.
Sinds 1960 heeft het schip een tiental eigenaren gekend waaronder rond 1990 notaris Hans Muijs uit Kortgene, die het schip verkocht aan Peter Rinkes. Het schip is thans eigendom van de fan. C. en Y. van Hooft. In 1995 werd de gehele buitenkant gerestaureerd bij de fa. Bültjer te Ditzum (Dld). Het schip was toen echter al enige jaren in onderhoud hij de Fa. joh. van der Meulen, maar deze werf had er op dat moment geen tijd voor. Het was de tijd dat er naast nieuwbouw in de ronde en platbodemwereld veel werd gerestaureerd en opgeknapt. Nu is ze dus opnieuw onder handen genomen en wordt ze op de werf van Van der Meulen van een aantal nieuwe inhouten voorzien en wordt opnieuw ingetimmerd met een opvallend ruime indeling. Ook wordt ze van een zelflozende, ook geheel vernieuwd betimmerde, kuip voorzien. Als slotstuk is er een nieuwe motor geplaatst. Een zeer omvangrijke klus die al met al een aantal maanden in beslag heeft genomen, en die het schip weer in een zeer stabiele conditie heeft gebracht. Een trots schip dat nu ook weer terecht een trotse eigenaar kent.
2014
2014
2014: Het blad Consent: De Thoolse Hoogaars 'Banjaard'
CONSENT is een uitgave voor de donateurs, sponsors en relaties van de uitgevende organisaties; dit zijn naast VZW Tolerant, de Stichting Museumhaven Zeeland uit Zierikzee en Stichting Behoud Hoogaars. In het blad Consent verscheen in 2011 een artikel met de kop 'De Thoolse Hoogaars 'Banjaard' (zie ook Consent voorjaar 1998 - De Van Duivendijk-werf in Tholen). Vanaf oktober 2004 is schrijver dezes de trotse eigenaar. Dit jaar hebben wij een stichting opgericht voor 'Banjaard' NZ1. Met restauraties zijn nu eenmaal grote kosten gemoeid en wij zijn natuurlijk slechts particulieren. Wij beleven echter veel plezier aan het schip en zijn er van overtuigd dat de 'Banjaard' nog wel een poosje mee kan. Natuurlijk komt er na ons ooit weer een andere eigenaar die voor de 'Banjaard' gaat zorgen. Maar zolang het fysiek nog kan blijven we er mee varen!
Het is dankzij de oplettendheid van zoon Jaap Bosschieter dat de historie nu nagenoeg geheel bekend is. Hij zag de 'Banjaard' terug in het artikel van de Spiegel der Zeilvaart, waarin verslag werd gedaan over de restauratie. Hij heeft met mij contact opgenomen en zo zijn mijn vrouw en ik op een middag op bezoek geweest en kregen een oude film met de 'Banjaard' te zien. Ook kregen we veel verhalen en ordnermappen met documentatie mee. Met de informatie uit deze mappen en het logboek zijn veel raadsels opgelost. Of hiermee alles bekend is zal de geschiedenis ons leren.
2011-8 Geschiedenis 'Banjaard'.pdf
Gerard Bal schrijft in maart 2018
Voor meer wetenswaardigheden over dit schip zie: Herinneringen van een Zeeuwse garnalenvisser door Kees Grootjans (Uitgave van Van Geijt 1990. De in 1918 te Arnemuiden geboren Kees Grootjans verhaalt zijn herinneringen aan het armoedige leven in Arnemuiden en zijn ervaringen als garnalenvisser te Terneuzen). Dit is een oud-oom van mijn vrouw, Johanna de Quelery. Haar vader, mijn schoonvader, heeft gevaren op het scheepje NZ1, samen met zijn vader en Kees Grootjans. Haar opa heeft de NZ1 laten bouwen.
2022
2022
2022: Foto's Hoogaars 'Banjaard NZ1'
2025
2025
2025: Foto's Hoogaars 'Banjaard NZ1'
november 2025
november 2025: Herinneringen aan de 'Banjaard' van de jaren 60
De Bosschieter familie begon klein, met een Valk en later een 12-Voets jol. Met deze jol, de H10, heb ik leren zeilen. In de zomer brachten we onze vakanties door in hotel Zegers aan de Braassemermeer. Met onze bootjes hebben we heel wat uitjes gemaakt naar de Kaag en de Westeinderplassen, waarbij ik mij de benzinestank van het Seagull buitenboordmotortje van de valk nog goed kan herinneren.
In juli 1958, ik was toen twaalf jaar oud, kwam daar plotseling de hoogaars 'Banjaard' bij. Dat was een grote verandering. Een boot met 7 slaapplaatsen, perfect voor een gezin van 6 personen. Volgens de werf, die mijn vader geattendeerd had dat dit schip te koop was, verkeerde het schip in een uitstekende staat. In werkelijkheid was de boot eigenlijk zo lek als een mandje. De vorige eigenaar Pierrot had over de volle lengte van het schip een stalen scheg laten aanbrengen om het lekwater gemakkelijk weg te kunnen pompen. En we hebben heel wat moeten pompen ! Ik heb de rekeningen gezien van reparaties en verbeteringen die mijn vader, verspreid over een aantal jaren, bij die werf heeft laten uitvoeren.
De proefvaarten met Pierrot verliepen goed, maar bij de eerste keer dat we zonder hem voeren, ging het meteen mis. Bij een T-splitsing lag een woonboot met grote vensters afgemeerd. We voeren te hard, de bocht was te scherp en de woonboot lag dus in de weg. Mijn oudste broer Nick probeerde de 'Banjaard' nog af te houden, maar 10 ton hou je niet zomaar tegen. Drie van zijn vingers werden toen bijna afgesneden en hij heeft ze nooit meer volledig kunnen strekken. Mijn vader schijnt flauwgevallen te zijn bij het zien van al dat bloed. Gelukkig was onze favoriete tante Zus aan boord. Zij was toen hoofdverpleegster in het leger en wist dus wel wat te doen. Ik denk dat door dit voorval mijn vader zich zijn leven lang schuldig gevoeld heeft en dat uitte zich vaak door zijn onzekerheid aan boord. Toch het eerste jaar al naar Veere gevaren. Het Veerse Meer, zoals we dat nu kennen, had toen nog een open verbinding met de Noordzee en was dus nog onderhevig aan eb en vloed.
We hebben met de 'Banjaard' heel wat van Noord-Nederland gezien. Vanuit de thuishaven op de Braassem hebben we vrijwel alle plaatsen aan het IJsselmeer aangedaan en gingen ook zover als Friesland, Groningen en de Waddenzee.
Op een van die tochten naar het noorden hebben we tijdens de passage onder de spoorbrug van Amsterdam, die destijds alleen om 12 uur ’s nachts openging, het toplicht eraf gevaren. Precisiewerk dus !
Ik herinner mij ook nog een tochtje van Medemblik naar Stavoren met mijn vader en mijn jongste broer Jaap. Het zou een gemakkelijke overvaart worden met een matig windje vrijwel in de rug. Maar koud dat het was tijdens deze tocht. Mijn vader heeft mij toen een sipje brandewijn laten proeven en daar word je wel warm van.
In 1960 in Grou, tijdens het eerste lustrum van de SSRP, heb ik voor het eerst het admiraalzeilen meegemaakt. Op een zondag op weg terug naar Zuid-Holland - de mast was gestreken - kwamen we bij een brug die enkele centimeters te laag was om onderdoor te varen. Mijn vader deed er alles aan om de brugwachter te overreden de brug te openen. Die bleek echter onvermurwbaar en dit waren zijn woorden: “zondag is de dag des Heerens en geen sprake van dat ik de brug op deze rustdag open”. Maar toen ging de kerk uit! Met meer dan 30 kerkgangers aan boord voeren we voorzichtig onder de brug door.
Decennia later reed ik met enkele vrienden door de Flevopolder. Ik liet mij toen ontvallen dat ik hier vroeger nog gezeild had. Het had niet veel gescheeld of ik had naar huis kunnen liften vanwege de onzin die ik naar het oordeel van mijn vrienden uitkraamde.
Halverwege de jaren 60 werd besloten weer naar Zeeland te gaan omdat de Braassem te klein bevonden werd en het idee was dat een hoogaars eigenlijk thuishoort in de Zeeuwse wateren. De thuishaven werd in de zomer Veere en in de winter Goes. We zijn nooit meer weggegaan uit Zeeland. Het zal op weg naar Zeeland geweest zijn dat we Rotterdam aandeden. Tijdens het zeilen samen met boten van de Koninklijke Roei- en Zeilvereniging ‘De Maas’ kwam de 'Banjaard' in de luwte van de afgemeerde Statendam terecht. Geen controle meer over de vaarrichting en ons 18 pk motortje Archibald startte weer eens niet. We raakten de Statendam, waarbij de kluiverboom afbrak en op minder dan een meter langs mij scheerde. Ik had natuurlijk nooit daar op het voordek mogen staan. Veel schade, waaronder een gekraakte steven, daarbij opgelopen. Dit gebeurde recht voor de sociëteit van ‘De Maas’ en iedereen daar was getuige van dit incident. Mijn arme vader zal daar toen heel wat te verduren gekregen hebben.
Tijdens het admiraalzeilen in Hellevoetsluis werd een kanon afgevuurd. Ik verbrandde daarbij mijn elleboog ernstig en die werd toen met veel verband in een dikke laag zwart vet verbonden. De schoonmaker in Naarden, waar ik toen als vaandrig gelegerd was, wilde in eerste instantie mijn bed niet meer verschonen. Op mijn vraag waarom, kreeg ik te horen: “u doet zulke vieze dingen in bed”.
Terwijl we in Zierikzee, op een regenachtige middag met veel donderslagen, in onze kajuit schuilden klonk een harde klap alsof de bliksem ergens vlakbij ingeslagen was. Niet veel later stapte een clubvriendje van mijn broer Nick de kajuit binnen “alle eendjes zwemmen in het water” zingend. Hij had vergeten zijn 2CV op de handrem te zetten die vervolgens van de aflopende kade was gerold en precies tussen twee schepen in het water terecht was gekomen. Dat gebeurde uiteraard niet geruisloos !
We waren de vorige dag uit Veere komen zeilen en hij had met een ander vriendje zijn auto uit Veere opgehaald. De Oosterschelde brug was nog in aanbouw en op de pont van Colijnsplaat naar Zierikzee moesten zij natuurlijk hun dorst lessen: “ober 2 biertjes en kom iedere 5 minuten terug met hetzelfde”.
Heb veel geleerd van mijn broer Nick die wat hij leerde van zijn vrienden van ‘De Maas’ weer in praktijk bracht op de 'Banjaard', zoals het gebruik van een waterzeil en een aap achterop. Ook het achteruit insteken in de boxen van Veere, gebruikmakend van de windrichting, heb ik van hem geleerd.
Tijdens een tochtje op het Veerse Meer had ons toenmalige buurjongetje van 11 jaar oud een zwabber overboord laten vallen. Hij kende het dominante gedrag van mijn vader maar al te goed en dus biechtte hij zijn actie pas na 10 minuten op. Tot op de dag van vandaag wordt hij daar nog aan herinnerd.
Op een dag kwam de 'Banjaard' ergens bij Kortgene zonder brandstof te zitten en de botter 'Brontoliet' nam ons toen op sleeptouw. Paul Terwindt, de schipper van de Brontoliet, hielp mij met het ontluchten van de motor, iets wat ik zelf nog nooit gedaan had. De neef van Paul, die aan het roer van de 'Brontoliet' was gezet, meende een stukje van het vaarwater af te kunnen snijden. De 'Brontoliet' liep daarbij heel langzaam vast, maar de 'Banjaard' niet, met als gevolg een kleine aanvaring. De schade viel gelukkig mee, alleen de bevestiging van het waterstag was losgebroken van de steven.
We zijn in die tijd enkele keren, vanuit Zierikzee naar Vlissingen, rond Walcheren gevaren. Daar kwam heel wat voorbereidende navigatie, hoofdzakelijk uitgevoerd door mijn vader en mijn oudste broer, bij kijken. Bijna op de minuut nauwkeurig werd bepaald waar bij bepaalde boeien aangekomen moest worden. Het weer en het tij waren hierbij natuurlijk doorslaggevend. De torenhoge zeeschepen, varend op minder dan 100 meter van het strand van Zoutelande, kwamen mij toen indrukwekkend over.
Op een keer voeren we met mijn broer Nick en andere familieleden van Bruinisse naar Zierikzee met windkracht 5 of misschien was het wel meer. Het Mastgat kon destijds in die situaties een gevaarlijke doorgang zijn. Ter hoogte van Zijpe stroomde het buiswater door het gangboord en soms gutste het nog verder de zelflozende kuip in. Met wind tegen tij was omkeren toen niet echt een optie omdat we dan dwars op de golven zouden komen. Dat waren toch wel beangstigende momenten.
Het kostte toen al moeite om bemanning te vinden. In die tijd was het in om “met een auto naar het buitenland” op vakantie te gaan. Vandaar dat ik op een mooie dag met weinig wind uit pure frustratie alleen uitgevaren ben. En van het een komt het ander, elke keer een stapje verder. Ooit geracet met een botter ergens tussen Kortgene en Veere. Ik kon hem voorblijven omdat ik bij het kruisen veel verder buiten de vaargeul durfde te varen.
Ik vraag mij wel eens af of mijn vader toen wist dat ik alleen met de boot zeilde. Zijn vrienden van de roei- en zeilvereniging ‘de Maas’ moeten hem dat toch wel verteld hebben.
Op weg naar de Zandkreeksluis, waar we opgewacht zouden worden door kennissen van mijn vader die in een hotel in Colijnsplaat verbleven, brak tot tweemaal toe een elektrisch brandje uit aan boord. Ik voer toen met mijn 7 jaar jongere broer Jaap en moest daardoor in totaal driemaal de zeilen hijsen. De derde keer voelden die katoenen zeilen toch wel erg zwaar aan. Door dit oponthoud kwamen we veel later dan afgesproken bij de sluis aan. We besloten toen de bus naar Colijnsplaat te nemen. Wachtend op de dijk werd ons na enige tijd verteld dat daar op zondag na 8 uur geen bus meer komt. Gelukkig wist iemand toen het hotel in Colijnsplaat te bellen en hebben mijn vaders kennissen een taxi gestuurd. In het hotel werd toen speciaal voor ons de keuken weer geopend.
Komende van Veere eens zeilend de havenmond van Sas van Goes ingevaren. De sluiswachter vroeg toen waar de rest van de bemanning was. Ik antwoorde: “hoe bedoelt u, die ga ik in Goes ophalen”. Wat een schandalige snobistische woorden van mij. De volgende dag klom een clubvriendje van mij nog naar het eind van de giek, terwijl we op de Oosterschelde voor de wind voeren. Uiteraard had hij geen reddingsvest aan en kon ik praten als Brugman.
Ik weet nu wat een groot verschil in het gevoel van verantwoordelijk het is als zoon van de eigenaar of als eigenaar zelf.
Op de luierbalk van de 'Banjaard' was destijds een messing T-profiel, met daarin gleufjes gefreesd, bevestigd en ook onder de helmstok was een T-profiel geplaatst. De helmstok kon daarmee in bijna elke stand vastgezet worden waardoor er tijd genoeg was even naar voren te lopen en de zeilen te hijsen of te strijken. Dit systeem is m.i. nauwkeuriger en praktischer dan het gebruik van knechten of stuurpennen. Het verbaast mij dat zo weinig schepen van dit systeem gebruik maken.
Jammer dat mijn broer Jaap nog te jong was om meer bewust met de boot te varen. Mijn zusje Tory was ook niet zo vaak aan boord. Dat veranderde wel toen haar vriend Piet Hein mee aan boord kwam. Ze zijn later met hun eigen schip de Double Dutch vanuit Kaapstad de wereld rond gezeild !
Tijdens een lastig insteekmanoeuvre in de binnenhaven van Veere veroorzaakte ik een keer lichte schade aan een daar afgemeerd splinternieuw scherpjacht. De eigenaar keek onverstoord toe terwijl hij van een drankje genoot. Even later ben ik met hangende pootjes naar de eigenaar gelopen die mij toen zei: “dat zal uw vader wel niet zo leuk vinden”. Ik weet niet meer wat ik antwoordde, maar vervolgens zei hij: “zal ik het dan maar op mijn verzekering zetten”. Ik zal dit nooit vergeten!
Op een mooie dag aan het eind van het seizoen voer ik met Piet Hein en anderen ergens bij de Schutteplaat op het Veerse Meer. Met meer overmoed dan verstand had ik de staken die daar de ondieptes aangaven genegeerd en stootten we voor de wind zeilend plots vol op een zandplaat. Het lukte niet met de motor achteruit van de plaat te komen. Om de zorgen nog groter te maken werd toen verteld dat die dag begonnen was het waterpeil van het Veerse Meer te verlagen, iets wat blijkbaar gebruikelijk was in voorbereiding van het winterseizoen. Na diverse dieptemetingen uitgevoerd te hebben werd de 'Banjaard' uiteindelijk door meer dan 4 motorbootjes niet van maar over de zandplaat getrokken. Het liep toen dus goed af, maar dit was wel een klassiek voorbeeld van hoe het niet moet.
In 1968 werd mij gevraagd als schipper (voor het eerst de schipper op een andere boot - een hele eer voor mij) een botter van Breskens naar Zeebrugge te varen. De hele familie aan boord was zeeziek vanwege de hoge deining ontstaan door stormachtig weer van enkele dagen daarvoor. Het gevolg was dat de eigenaar en ik de enigen waren die de boot bedienden. Ergens halverwege brak, tijdens het overstag gaan, een van de zwaarden af. Gelukkig bleef het zwaard nog met een staalkabel aan het schip verbonden. De eigenaar, een voormalige gouverneur van de Congo, was woedend op mij omdat ik het ophalen van het zwaard door hem als laatst liet uitvoeren en het zwaard hierdoor toen uitzwaaide en de as brak. Later bleek dat deze as al eerder gebroken was en de gebroken delen ‘koud’ op elkaar gelast waren. Het maakte grote indruk op mij dat hij het jaar daarop mij zijn excuses aanbood.
In Sint-Annaland voerde mijn vader eindeloze gesprekken met Dirk van Duijvendijk, wiens vader de 'Banjaard' in 1932 gebouwd had. Dirk kwam toen met foto’s waarop te zien was hoe de 'Banjaard' over de dijk werd getrokken om daar dan verder afgebouwd te worden. Tijdens een van die gelegenheden viel mijn vader, helemaal opgedoft om uit eten te gaan, van een metalen ladder tussen wal en schip naar beneden. Zou drank een invloed gehad hebben ?
We trokken destijds veel op met de familie Terwindt van de Noordzeebotter 'Brontoliet', de familie Goedkoop van de hengst 'Jonge Joseph', de familie Van Gils van de hoogaars 'Turc', de familie Mansholt van de hoogaars 'Atalante' en de familie Van Grimbergen van de hoogaars BRU24.
Mijn Amerikaanse moeder zei ooit eens: “these were the best years of the Bosschieter family”.
En gelijk had ze !
J.E. Bosschieter, november 2025